Bij gelegenheid van zijn afscheid als voorzitter van Bestuur en van Raad van Commissarissen van de Rabobank Maashorst en als lid van vier beleidsadviescommissies van Rabobank Nederland heeft (Oom) Romé Fasol een essay geschreven over Erasmus, getiteld Houdoe Erasmus.

Zelf noemt hij het essay eigenlijk overbodig, omdat dit geschriftje geen nieuws bevat over de internationaal bekende Rotterdammer, die zelf veel gepubliceerd heeft en over wie talloze geschriften gepleegd werden. En toch heeft Romé over Erasmus geschreven. Waarom?

In wezen omdat deze man op Romé’s denken en doen een grote invloed heeft gehad. Voor de goede orde: Erasmus werd geboren omstreeks 1467 (men weet dat niet precies), in Rotterdam (of Gouda, menen sommigen). Hij werd priester, doctor, was adviseur van hoogmogende lieden, schreef veel (o.a. zijn bekendste werk: Lof der Zotheid), weigerde een aanstelling als hoogleraar aan de universiteit van Leiden en versmaadde tevens een benoeming tot kardinaal.

Enfin, ik ga uiteraard niet alles op sommen wat Romé in het ongeveer 30 pagina’s tellende essay vermeldt. Belangrijk is dat hij in dit essay gedetailleerd omschrijft waarom en wat hem zo boeit in deze alom gerespecteerde man, die bij alle Europese grootheden met achting werd tegemoet getreden. Romé beschrijft waar -en de omstandigheden waaronder- Erasmus heeft gewoond en hij heeft ook zelf veel woonplaatsen van Erasmus bezocht. Romé heeft ook veel over hem gelezen. En dat alles wordt kort en bondig verteld in het essay, dat hij opdraagt aan Tilly, Peter en Carola.

Ik voel mij zeer vereerd dat enkele weken geleden, bij een bezoek aan Zoetermeer, Romé mij het eerste exemplaar van de 200 met een geschreven opdracht overhandigde. Zeker, ik wist wel iets van Erasmus. Bijvoorbeeld, ik ken zijn standbeeld in Rotterdam, in 1622 door Hendrick de Keyser gewrocht. Zijn Lof der Zotheidheb ik jaren geleden gelezen, maar ik weet amper meer wat er in staat. Ik heb de kaasboerderij bij Haastrecht bezocht, waar –geloof ik- nog de wieg staat waar baby Erasmus in heeft gelegen. En hoewel ik, dus, in de loop der jaren het een en ander over Erasmus heb gelezen, was ik toch blij met dit bondige overzicht dat Romé heeft geschreven.

In het voorwoord citeert Romé ten aanzien van de voor mij onbekende Griekse filosoof uit 600 vóór Christus, Solon:
“Allen die hem vroegen: ‘Wat is de beste
constitutie?’,
antwoordde Solon: “Voor wie en op welk moment?”

In de epiloog komt Romé op Solon terug en parafraseert hij diens antwoord als: “Luister naar je tijd!”. Romé maakt duidelijk dat dit ‘gelijk van Solon’ altijd het credo is geweest voor zijn bestuurlijk handelen. Zoals het dat hoort te zijn voor alle politici, die van ‘de relatieve luwte van dorpen en steden’ en die van ‘de wereldpolitiek’.

Om dat aan te geven heeft hij dit boekje over Erasmus geschreven. Dát was dus zijn drijfveer.

Wie een exemplaar van dit boekje zullen (mogen?) ontvangen, weet ik uiteraard niet. Maar ík ben er erg blij mee en heb het dan ook al drie keer gelezen. Mijn complimenten!

Matthieu,
Zoetermeer, april 2010

Verschenen in Familiekrant Familie Van Els, nr. 21, april 2010.

 

Verder lezen: