Ze was vriendelijk voor me bij binnenkomst, maar keek zelden op van haar werk.

 

Leraar Bruggemeijer

De romaanse talen zijn nooit mijn fort geweest. Mijn ouders zochten meer dan een keer voor mij een begeleidend repetitor. Zuster Germaine was daarvoor later mijn toeverlaat. Maar in mijn prille jaren als jong gymnasiast werd ik toevertrouwd aan mijnheer Bruggemeijer, gepensioneerd leraar Frans. Hij woonde met zijn echtgenote in huize Carolus in Valkenswaard. Door waarschijnlijke bemiddeling van hun enige kind, zuster van Sint Carolus Onder de Bogen, kwamen zij vanuit Zwolle toch in Valkenswaard in aanmerking voor verzorging als bejaarden. Het waren aangename uren van oefenen en conversatie.

Een avond was ze er niet

Mijn leraar en ik zaten aan een kleine tafel onder de lamp en Mevrouw Bruggemeijer, zittend in een lage leunstoel, was immer bezig met haar breiwerk. Een grijze dame met het haar in een knot (zo noemden we dat). Haar gezicht had strenge trekken met wat verdrietig neerhangende mondhoeken. Ze was vriendelijk voor me bij binnenkomst, maar keek zelden op van haar werk. Een avond was ze er niet. Naar haar dochter of zo. Bij het weggaan drentelde ik naar schilderijen, die hingen in de buurt van onze werktafel. Ik zag daar een hertje in zwartkrijt-tekening, een landschap met berken, nog andere tekeningen en (naar ik mij herinner) een afbeelding van een bleke Christusfiguur of van een vrouw. Zo rondkijkend zei mijn leraar: “Romé, heb je wel eens van Han van Meegeren gehoord?” In die jaren werd veel over deze schilder gepubliceerd. Het waren de jaren van zijn proces, zijn overlijden en de veiling van zijn werken. Ik bevestigde de vraag. “Wel” zei hij, “Mijn vrouw was zijn zuster. Zij heeft nog steeds veel verdriet van wat de familie is overkomen”. Johanna van Meegeren stierf in 1964. Ad Bruggemeijer overleefde haar tot in 1969.

 

Petite Histoire:

  • Kort na de bevrijding werd Han van Meegeren gearresteerd. Gebleken was dat kunstkoper Miedl in 1943 uit Nederlands bezit een werk van Vermeer had gekocht, voorstellende Christus en de overspelige vrouw. De aankoop was bestemd voor Rijksmaarschalk Göring, in wiens huis het gevonden werd. Miedl bleek het gekocht te hebben van een tussenpersoon, die het weer gekocht had van Han van Meegeren, kunstschilder te Amsterdam. Waar deze het vandaan had, miste alle geloofwaardigheid. Eigenlijk betekende het landverraad. Na zes weken bekende hij het zelf te hebben geschilderd. Hij bekende nog meer vervalsingen, met name van Vermeer. Zijn bekentenis stuitte op consternatie en ongeloof. Tot bij de hoogste experts. Een panel van kunsthistorici verklaarden echter dat Van Meegeren de waarheid sprak. De bezwendeling van Göring werd nu als vaderlandslievende daad aangemerkt. Maar vervalsen mag ook niet en een netto straf van vier maanden moest hij uitzitten (12 november). Hij stierf kort daarna op 30 december 1947 in het ziekenhuis aan een hartaanval, 58 jaar oud.

 

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: