Theo verblijdde mij met een (weliswaar gehavend) exemplaar van de NRC van 20 januari 1936. De pagina kopt met ‘Moord op een pastoor te Geisteren. Zoowel omtrent de daders als over de motieven tast men in het duister’.

Naar aanleiding van de vergeelde krantenpagina herlas Tilly nog eens het boek van Jan Derix ‘De Witte van Wanssum. Schelm of schurl?’. Tot haar en mijn ontsteltenis las zij op pagina 81 de volgende zinnen: “Adrianus Veraart rijksveldwachter te Meerlo, geeft in zijn rapport van 2 mei 1923 een vernietigend oordeel over de Wanssumse samenleving. Wanssum is een dorp waar men orde en gezag aan de laars lapt. Inwoners kunnen onbelemmerd de beest uithangen, omdat de burgemeester niet de moed heeft bestraffend op te treden. Overtreedt een lid van de gemeenteraad het sluitingsuur in het café en maakt de veldwachter daarvan proces-verbaal op, grote kans dat het in de prullenbak van de burgemeester verdwijnt. Wordt een zoon van zo’n raadslid wegens openbare dronkenschap aangehouden, zelden of nooit komt dat ter kennis van de justitie. De gegoeden kunnen in ‘Wanssum doen wat zij willen!”

Huiveringwekkend toch, wat zo’n veldwachter uit Meerlo heeft moeten meemaken. En dan die burgemeester! Daar is Bram Peper nog heilig bij!

Romé uit Horst

Dit artikel verscheen in Familiekrant Van Els, nr. 7, november 2001.

Verder lezen: