Op 16 augustus 1947 verscheen dit verhaal ‘De Uitvinding’ van Matthieu van Els in het weekblad ‘Het Kompas’. Verloren gewaand, zelfs zodanig dat de schrijver zelf zich de strekking van het verhaal niet meer kon herinneren. Gelukkig bewaarde de Koninklijke Bibliotheek een exemplaar. Over de achtergrond van deze ontdekking: zie deze blog.

Het was nacht. Donker en stil. Alleen aan mijn stappen kon ik horen, of ik nog op de weg liep. Niemand dan ik was op dit late uur nog buiten.

Uit de verte hoorde ik een auto naderen. Ik zag, dat de lichten langzaam op mij toekomen. De auto kwam dichterbij, de motor hield in. Ik schrok een beetje. Juist voor mij stopte hij. Een man stapte uit, groette beleefd en vroeg, waar dr. Ixma woonde. – In de weerkaatsingen van de lichtstralen kon ik zijn gezicht vrij goed opnemen. – Ik wees hem de weg, waarna hij bedankte en weer snel wegreed.

Ik liep door en vroeg mij af, wie zo laat in de nacht nog dr. Ixma ging opzoeken. Zelf kende ik dr. Ixma reeds jaren en was zelfs zeer goed met hem bevriend. Ook deze avond weer was ik bij hem geweest en wij hadden over van alles gepraat, een beetje geschaakt, een wijntje gedronken, enfin heel gewoon, zoals op andere avonden. Hij had die avond ook helemaal niet gesproken over een nachtelijk bezoek. – Ik vond het wel eigenaardig.

Eenmaal in mijn bed viel ik gauw in slaap. ’s Morgens werd ik gewekt door een snel kloppen op de deur. Het was de chauffeur. Opgewonden vertelde hij, dat dr. Ixma die morgen dood in bed gevonden was. Waarop ik prompt antwoordde, dat dat onmogelijk was. Maar ik voelde, dat hij de waarheid sprak. Ik kleedde mij vlug aan, sprong in de auto en reed met een waanzinnige vaart naar het huis van dr. Ixma.

De politie was reeds aanwezig. Ik mocht het huis niet binnenkomen. De burgemeester, die ook aanwezig was, vertelde mij toen, hoe men er achter gekomen was, dat er iets niet in orde was met dr. Ixma. Dr. Ixma had nl. diep in de nacht nog bezoek ontvangen. Hij had daarna al het personeel bevolen het huis te verlaten. Dit kwam de huisknecht mij vanmorgen vertellen.

‘Ik ging toen met de knecht naar het huis van dr. Ixma’, zo vertelde de burgemeester verder, ‘wij belden enkele malen aan, doch niemand kwam opendoen. Wij liepen rondom het hele huis, maar konden binnen niets zien. De rolluiken waren gesloten. Ik veronderstelde toen, dat dr. Ixma misschien plotseling op reis was gegaan. Doch de knecht ontkende dit ten zeerste. Hij was de hele verdere nacht in de buurt gebleven. Slechts de late bezoeker was die nacht met een behoorlijke snelheid uit ’t dorp weggereden. Hij was helemaal alleen.

Wij braken daarna met veel moeite een rolluik open, sloegen een ruit in en gingen rechtstreeks naar de slaapkamer van dr. Ixma. Het was er doodstil. Bevend knipten wij een licht aan. Dr. Ixma lag in zijn bed. Wij lipen naar hem toe, luisterden…… maar hoorden hem geen adem halen. Zijn hart klopte niet meer. Dr. Ixma was dood.

Ik heb daarna den huisknecht weggestuurd om de politie in de stad op te bellen en den dokter te halen. Ik ging verder in het huis kijken, maar vond niets abnormaals. Ook de politie heeft tot nu toe niets bijzonders kunnen vinden. De dokter is van mening, dat dr. Ixma ten gevolge van een hartverlamming is overleden. Verder weet ik ook niets,’ zo besloot de burgemeester zijn relaas.

Ik bleef nog een tijdje staan kijken en ondertussen was het tijd geworden om naar mijn werk te gaan. Ik nam afscheid van den burgemeester en ging.

Het gebeurde had echter zo’n diepe indruk op mij gemaakt, dat ik er de hele morgen aan bleef denken.

’s Middags belde ik den burgemeester op en vroeg of er nog iets bekend geworden was. Hij vertelde mij toen, dat men was gaan twijfelen en vroeg zich af of dr. Ixma wel werkelijk dood was. Er was namelijk op zijn schrijftafel een briefje gevonden. Het was geschreven in de nacht van twaalf op dertien Juni te kwart over drie. Er stond op: ‘Indien gij hier binnendringt, zult gij voor een raadsel gesteld worden. Doch ik zal het oplossen’. Ondertekend: dr. Ixma! ‘U begrijpt, dat dit tamelijk eigenaardig is’, waarmee hij het gesprek als geëindigd beschouwde.

Toen ik ’s avonds van mijn werk terugkkeerde, ging ik natuurlijk eerst naar het huis van dr. Ixma. De dokter en de politie zaten letterlijk en figuurlijk met hun handen in het haar.

Overdag had ik nog eens nagedacht over mijn laatste bezoek aan dr. Ixma en aan alles, wat er daarna was gebeurd. Ik was tot de conclusie gekomen, dat die man, dien ik ’s nachts tegen gekomen was, iets met deze raadselachtige dood had te maken. Volgens mij was dr. Ixma wel degelijk dood. Maar ik betwijfelde of het een hartverlamming was. Dr. Ixma was nog altijd zo gezond geweest als een vis. Bovendien had hij nooit last van zijn hart. Bij mij stond het vast, dat dr. Ixma vermoord was. En onwillekeurig verdacht ik den man, dien ik midden in de nacht ontmoet had.

Ik vroeg daarom den Inspecteur van politie te spreken. Ik vertelde hem toen, wat ik persoonlijk had meegemaakt. De Inspecteur luisterde aandachtig, maakte aantekeningen en vroeg mij toen, of ik die avond niets bijzonders aan dr. Ixma zelf gemerkt had. Zijn handelen of zijn spreken.

Ik vertelde den Inspecteur, dat dr. Ixma de gehele avond volkomen normaal was geweest. Alleen toen er tegen elf uur getelefoneerd werd, was hij heel even opgewonden, doch nauwelijks merkbaar. Indien de Inspecteur er niet naar gevraagd had, zou ik het hem niet verteld hebben, van zo weinig belang achtte ik het. De Inspecteur vroeg mij daarop het uiterlijk van den man zo goed en kwaad mogelijk te beschrijven. Ik voldeed aan zijn verzoek voor zover dat in mijn vermogen lag.

‘Juist, juist, uw beschrijving klopt precies met wat de huisknecht mij daarvan gezegd heeft. Weet u het nummer van zijn auto ook?’

Tot mijn spijt kon ik hem dat niet vertellen. De Inspecteur bedankte mij daarna voor de inlichtingen en ik kon gaan.

’s Nachts werd het huis bewaakt. Er gebeurde echter niets.

 

Ook de tweede nacht verliep, zonder dat er iets voorviel. De dokters waren het er intussen roerend over eens geworden, dat dr. Ixma wel echt dood was. Men staarde zich echter nog blind op de laatste geschreven woorden van dr. Ixma.

De politie onderzocht het hele huis. Maar zonder enig resultaat. Het personeel werd nog eens ondervraagd, doch ook uit die mededelingen werd men niet veel wijzer. De huisknecht gaf ten slotte de goede raad om maar rustig te wachten tot morgenavond acht uur, het uur, waarop dr. Ixma had gezegd, dat zij weer terug mochten komen. Omdat men toch geen stap verder tot de oplossing kwam, besloot men deze verstandige raad maar op te volgen. En even kalm als de eerste nacht ging ook de tweede voorbij.

 

In een zenuwachtige spanning wachtten wij die derde dag op het uur, dat dr. Ixma genoemd had. Tèrgend langzaam gingen de uren voorbij. Hoe later het werd, hoe meer in spanning wij geraakten.

’s Avonds acht uur! Ik had toestemming gekregen om aanwezig te zijn. Iedereen wachtte ongeduldig op wat zou gaan gebeuren. Iedereen was ervan overtuigd, dat een dood mens geen oplossing kon brengen.

Ik zelf was zenuwachtig. Ik stond te trillen op mijn benen. Mijn handen werden ijskoud. En in mijn hoofd dreunde het: ‘de oplossing, de oplossing’.

Een deur werd geopend! Wij schrokken. Met starre ogen keken wij. In levende lijve stond voor ons…… dr. Ixma!!

Lachend gaf hij ons allen de hand en noemde onze namen. Wij konden geen woord uitbrengen van stomme verbazing.

Toen zei dr. Ixma: .Mijne heren. Ik heb U beloofd de oplossing van dit raadsel te zullen geven. Welnu, hier is zij’.

‘Zoals U allen weet, ben ik veel met onderzoekingen en proeven bezig. Reeds jarenlang trachtte ik dode wezens weer levend te maken. Tot op zekere hoogte is mij dit gelukt. Ik heb nl. een stof gemaakt, die een mens als het ware doodt. Maar door middel van die stof staat die mens na drie dagen weer gezond en wel op’.

Tezamen met een vriend heb ik deze proeven genomen op dieren. Enkele dagen geleden belde hij mij op en vroeg, hoe het er mee stond. Ik zei hem toen, dat ik nog die nacht de proef met mij zelf wilde doen. Hij is toen midden in de nacht naar hier gekomen en heeft mij de stof toegediend. Hoe het verder gegaan is, weet u zelf. Excuseer mij een ogenblik’.

Dr. Ixma ging even weg. Toen hij terugkwam, had hij een kartonnen doosje bij zich. De inhoud ervan strooide hij over ons heen en voordat we wisten, wat er gebeurde, voelden wij ons loom worden. Alles werd donker. Onze ogen gingen dicht en zonder dat wij het zelf wilden, gingen wij languit op de vloer liggen. Wij zagen niets meer. Wij voelden ons stijf worden. Wij konden geen vingerlid meer verroeren. Het hele lichaam werd steenkoud. Het bloed stroomde niet meer. Heel vaag konden wij alles nog horen. Spreken konden wij echter ook niet.

Zo lagen wij lange tijd. Wij hoorden, dat er verschillende mensen om ons heen liepen. Wij voelden, dat sommigen ons betastten. Wij hoorden hen spreken over ons, over de geheimzinnige stof. Wij hoorden dr. Ixma verklaringen en uitleg geven.

Toen wij drie dagen gelegen hadden, voelden wij het leven weer terugkomen. Het bloed stroomde, onze ogen zagen het licht, wij konden ons bewegen, wij konden weer spreken. En alle mensen, die aanwezig waren, feliciteerden dr. Ixma.

 

’s Avonds was er feest. Er was een overvloed van spijzen en dranken. Er werd gelachen en gezongen. Toen het feest zijn hoogtepunt bereikt had, stond dr. Ixma op om een toespraak te houden.

‘Na al het emotievolle van de laatste dagen zou er een reden kunnen zijn om feest te vieren. Doch ik moet U iets vertellen, wat sommigen onaangenaam in de oren zal klinken. Het is dit. Vanmorgen ontdekte ik tot mijn schrik, dat de stof, die ons eerst doodt en daarna weer levend maakt, zeer schadelijke bestanddelen bevat. Wij zullen over een week niet meer leven. Innemen van het door mij uitgevonden middel zal niet baten.’

Vol schrik staarden wij hem aan. Het werd angstwekkend stil. Opeens sprongen allen als waanzinnigen op dr. Ixma en grommend en schreeuwend als roofdieren vermoordden zij hem. Alles wat onder hun bereik kwam, sloegen en vertrapten zij. En tenslotte renden zij op elkander aan en doodden elkaar.

 

Ik alleen ben heengegaan en ontdekte, dat het alles maar een droom was.

Verder lezen: