Toespraak van de burgemeester van Horst Romé Fasol bij de opening op 6 juli 1993 van het gerestaureerde NS-station Horst-Sevenum.

De fraai bebladerde kruinen van de eeuwenoude beuken aan de toegangsweg tot dit station en ook die aan de veldweg verder­op, vor­men een kleur­rijk decor voor het gerestaureerde gebouw waarin wij thans toeven. Een plaats waarvan de ont­staansge­schiedenis verwe­ven is met het wel en wee van de Peel.

Per koets door de Peel

Wanneer we in die geschiedenis bladeren, ontmoeten we de ondernemende Bosschenaar Jan van de Griendt, die in 1853 per koets door De Peel rijdt. Hij gaat over karrensporen, door bulten en kuilen. Vogels vliegen op en een haas vlucht weg. Van de Griendt ziet een enkele turfsteker, die voor eigen gebruik brandstof uit de bodem haalt. In zijn geest rijpt een gedach­te. De gedachte dat ondernemingsgewijze turfwinning lonend moet zijn. Hij is een man die zijn tijd kent en zijn kansen berekent. Hij weet dat de Staat der Nederlanden Oost- en Zuid-Nederland wil openleggen en tot meer welvaart wil brengen.

De vijfde klasse

Inderdaad komt na een weifelend begin, omstreeks 1860 de aanleg van wegen en spoorlijnen op gang. Koning Willem III treedt daarin stimu­lerend op en staat soms met persoonlijk kapitaal borg teneinde de vaart erin te houden. Op 18 augustus van dat jaar wordt de wet tot aanleg van spoorwegen voor rekening van de Staat aangeno­men. Ook het traject Venlo wordt erin genoemd. De grootschalige ontwikkeling, het gaat om miljoenen guldens, vergt een structuur met stationsgebouwen en halteplaatsen. Zoals dat hoort in ons goede vaderland worden deze gebouwen ingedeeld in klassen. Horst valt in de laatste, de vijfde klasse. Voorzover daardoor verontrust, worden we getroost door het bericht dat ook Venlo daarin terecht komt.

De fraaie, kleine, vaak gepleisterde gebouwtjes krijgen een zogenaamde “villa”-vorm. Ons station, gebouwd in 1867, wordt daarvan een der mooiste voorbeelden genoemd. De later toege­voegde verlen­ging aan beide zijden, accentueert de markante geleding. Het station heeft in belangrijke mate bijgedragen aan de ontwikkeling van Horst en doet dat nog. Wij realiseren ons zulks terdege, getuige ook de opname van de restauratie in het Horster meerjarenplan voor rijksmonumenten.

De Luikse bisschop over onze Vasten

In 1866 wordt dan de spoorlijn Eindhoven-Venlo feestelijk geopend. Het belang van deze ontwikkeling werd door velen gedeeld. De Luikse bisschop, mgr. Van Bommel, paste er reeds eerder zijn Vastenwet op aan. Hij meende dat frequent contact tussen gelovigen uit het Luikse en het Nederlandse land, ten gevol­ge van de opening van de “ijzeren weg”, een uniforme regeling der vastenregels ge­wenst maakte.

De ouwe heer Jan van de Griendt, waarvan niet bekend is of hij de vastenwet respecteerde, gaf inmiddels vanaf 1853 vorm aan zijn voornemens. Het onder patronaat van zijn vriend Koning Willem III gestichte Helena­veen, krijgt in 1881 via de Helena­vaart een aansluiting op de aangelegde spoorlijn. De verbin­ding vormt een belangrijke stimulans op de handel in veenpro­duk­ten. Waar eerst de trekschuit voor afvoer zorg droeg, ontsluiten de spoorwegen nu een gigantisch afzetgebied. De Exploitatiemaat­schappij vestigt zich bij het station. Er wordt een dubbele turfstrooiselfabriek gebouwd. Geleidelijk ontstaat het veen­dorp Griendtsveen. Met wroeten en sjouwen brengen mensenhanden de “Parel van de Peel” tot leven.

Ook de Americaanse pastoor Jeuken beziet deze ontwikkelingen met genoegen. Onder het vrome priesterkleed gaat een goed zakenman schuil. Met volharding pleit hij voor het tot stand komen van een Halteplaats America. Ook de familie Van de Griendt steunt de gedachte. Een groter ontginningsgebied wordt aldus immers ontsloten. De pastoor vraagt aan de gemeente Horst financiële steun. Hij wil een subsidiegarantie voor tien jaren en belooft dan af te zien van andere claims, zoals voor de bouw van een kapel in Griendtsveen en kerkmeu­bilair voor de parochie. Zelf verkoopt hij aan de Spoorwegen voor 50 gulden bijna twee hectaren grond ter realisering van zijn plan­nen. Driemaal daags zal de trein er dan vanuit beide richtingen stoppen voor het opnemen en lossen van reizigers en goederen.

Monumentaal geboomte

De monumentale beuken groeien intussen gestaag door. Met het turfs­trooi­sel verwaaien de jaren. Van de Griendt’s naam leeft voort in Griendtsveen. Pastoor Jeuken krijgt terecht een straa­tnaam in America. Op de perrons schuifelen vandaag de dag andere men­sen. Het zijn de forensen en de bezitters van de OV-jaarkaart die, zoals deze tijd het wil, openbaar ver­voer benutten. Of mensen die de weg naar America zoeken, nu om zich te laten verwennen in luxueuze bungalowpar­ken waar ze zich luierend wiegen op de deining van subtropische golf­slag­baden. Die aan gidsen vragen: vanwaar die ophaal­bruggen in Griendtsv­een, waarom al die kanalen? Die nu wande­lend mijmeren in de stille kruidige lucht van De Peel.

Of de studenten die komen naar onze agrarische instituten, waar zij worden opgeleid en gevormd tot jonge ondernemers. Die op de perrons verder discussiëren over landbouw en natuur, over agribusiness en landschappelijke ecologie. De bladeren der beuken ritselen mee met het gerucht der men­sen. Die komen en gaan al jaren lang. Zoals ook wij hier zijn geko­men. Om dank uit te spreken voor dit schitterend gerestau­reer­de stationsgebouw, dat gastvrij  gereed ligt voor onze reizi­gers. Dat in de toekomst de overbuur ver­dient, waardoor het oude plaatselijke toponiem “Bellevue” weer wordt recht gedaan.

Sevenum met ons verbonden

De mensen uit Sevenum en Horst beleven met tevredenheid deze dag. Zij weten zich door het station met elkaar verbonden. Sinds mensenheugenis spreken mensen de namen van de twee gemeenten in een adem uit. Het station hoort bij ons, zoals de vriendschap tussen twee Peelgemeenten. Een vriend­schap die er was voordat het woord “jumelage” in de kantoren van Europa werd uitgevonden.

De twee burgemeesters van die gemeenten bezegelen dat vandaag nog eens onder de lommer van deze eeuwenoude beuken, staande in een gebouw waarvan de koele schoonheid in de landelijke zomer eenieder verrukt. Moge dat zo blijven door de jaren heen.

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: