De Grote Molenbeek doorsnijdt het dorp Wanssum in tweeën en mondt na ongeveer 1 km uit in de rivier de Maas. Dat was de toestand vóór 1934. Het was een kronkelende beek en ik herinner mij dat mijn oudste broer Jan en ik ter hoogte van de boerderij De Staai door de beek sloften; zo laag stond het water! Waarom Vader, wachtend bij de boerderij van Groene Grad (later Frederiks), ons op ons donder gaf, weet ik niet meer. Misschien was hij bezorgd geweest of waren we gewoon te laat thuis voor het avondeten.

Wat daarvan ook zij, de Gemeenteraad van Wanssum was toen druk bezig met het grootse plan om van de ligging van de beek en de Maas gebruik te maken. Van nature namelijk, aldus de deskundigen, was het een ideale situatie om er een haven en kanaal aan te leggen. (Het verhaal gaat dat de toenmalige burgemeester, Baron De Weichs de Wenne, en Vader grote voorstanders van de havenplannen waren en dat De Weichs de Wenne, die ook kamerheer was van de toenmalige Koningin Wilhelmina, tezamen in Vaders mooie auto naar Den Haag tuften om daar de realisering van de havenplannen te bespreken. En voor een Baron die ook nog kamerheer van de Koningin was, gingen alle Haagse deuren open!)

Vader sprak op zijn kantoor over de toekomstige haven; als plattelands jeugdige begreep ik aanvankelijk dat hij het over ‘haver’ had; het begrip ‘haven’ was mij toen volslagen onbekend. (Hij toonde mij in die tijd ook een echt Gouden Tientje; hadden we dat maar bewaard!)

Vele instanties moesten worden bewerkt alvorens de havenplannen tot uitvoering kwamen. In die tijd heerste in Nederland grote werkloosheid; zo kwam de zogenaamde werkverschaffing er aan te pas om het vele spitwerk te verrichten. (De burgemeester maakte daarvan vele foto’s, o.a. van een werker die steevast op zijn spa leunde in plaats van er mee te spitten; de burgemeester toonde de werker die foto’s, hem beschuldigend dat hij klaarblijkelijk liever lui dan moe was, waarop de werker antwoordde dat de burgemeester steeds een foto maakte wanneer hij toevallig op zijn spa leunde!)

In 1934 werd de haven uitbundig officieel en feestelijk in gebruik genomen. Ik herinner mij nog een foto, waarop Jan staat afgebeeld als matroos, staande op de voorplecht van een boot. (Waar is die foto gebleven?) Er was ook een officiële receptie, gevolgd door een diner, verzorgd door restaurant Verheugen te Venray. (Dit restaurant was in de regio hét gerenommeerde restaurant; wij spraken nog van ‘kalde schottele’ i.p.v. hors d’oeuvre en het woord ‘catering’ moest nog worden uitgevonden.)

Coöperatie Landbouwbelang gaf een garantie dat jaarlijks een bepaald tonnage zou worden aangevoerd en gelost c.q. geladen. Landbouwbelang vestigde aan de haven een centrale graansilo plus mengvoederfabriek plus kunstmestopslag, een en ander vooral ten dienste van de agrarische achterban in de regio. (Later is een straat in het havengebied genoemd naar Vader, de Piet van Elsstraat.) Spoedig daarna vestigde ook betonfabriek Encko zich aan de haven. (Landbouwbelang speelde met het graansilobedrijf ook mee in de illegaliteit.)

Aan het einde van de oorlog 1940/45 paste het terugtrekkende Duitse bezettingsleger ook in Wanssum de verschroeide aarde politiek toe: de haven en de aanpalende bedrijven werden geheel verwoest, zoals ook het oude kerkgebouw.

Na de bevrijding werd alles snel weer opgebouwd en de op gang gebrachte ontwikkelingen zetten zich voort. Kanaal en haven werden uitgebreid; een jachthaven werd aangelegd (momenteel zo’n 150 ligplaatsen), etc.. Op dit moment zijn er ruim 20 bedrijven gevestigd. Er zijn plannen voor verdere uitbreiding, maar de benodigde financiën ontbreken nog. Belangrijk is dat men behalve bulkvervoer en –opslag (tot nu toe verreweg het grootste aandeel) ook meer containervervoer en –opslag wil mogelijk maken. Zoals gezegd, er is nog een beetje toekomstmuziek.

mathieu van els, 18 jaar

Foto van Matthieu, 18 jaar (?)

Bovenstaand verhaal is gedeeltelijk een weergave van oude herinneringen, gedeeltelijk ook ontleend aan de uitvoerige documentatie mij ter beschikking gesteld door de huidige burgemeester van de Gemeente Meerlo-Wanssum, Mr. Hahn.

Tenslotte, in de gekanaliseerde beek, daarna in het kanaal en, oh jé, in de Maas heb ik zwemmen geleerd, soms met ware doodsverachting: eenmaal aan de overkant aangeland, moest je ook weer de lange weg over het water terug, naar waar je kleding lag.

En zo is bij mij de gedachte opgekomen dat mijn as t.z.t. in de haven van Wanssum zal worden verspreid, ter herinnering aan vroeger en ter nagedachtenis aan mijn Vader en Moeder, zonder wie er misschien nooit een haven in Wanssum zou zijn geweest.

Matthieu
Zoetermeer, 15 november 2005

Dit artikel verscheen in Familiekrant Van Els, nr. 13, december 2005.

Verder lezen: