Met ingang van het nieuwe jaar mag u weer een nieuwe belasting gaan betalen: de Regulerende Energiebelasting, bijgenaamd ecotax. De bedoeling van de ecotax is het geven van een prikkel tot energiebesparing bij huishoudens en klein-zakelijke verbruikers, door energieverbruik middels een heffing duurder te maken. Grootverbruikers (die de helft van alle energie verbruiken) zijn vrijgesteld om hun concurrentiepositie niet in gevaar te brengen. De NVB denkt niet dat de ecotax het gewenste milieuresultaat zal opleveren. Bovendien kleven er nogal wat ongewenste neveneffecten aan de regeling.

Iedereen met een energieverbruik van meer dan 800 kubieke meter gas of 800 kWh per jaar krijgt met de ecotax te maken. In de praktijk is dat vrijwel iedereen die niet in een tent woont. Grootverbruikers (meer dan 170000 kubieke meter en 50000 kWh per jaar) worden niet belast. De regering verwacht (op basis van oude berekeningen van het RIVM en het CPB) dat een energiebelasting van 11 cent per kubieke meter en 4 cent per kWh een invloed op het energieverbruik van de huishoudens en klein-zakelijke verbruikers zal hebben van -1,5%. Op het totale binnenlandse energieverbruik wordt op een besparing gerekend van 0,4 … 0,5%. Met de ecotax is een structurele lastenverschuiving gemoeid van 1,9 miljard exclusief BTW en 2,135 miljard gulden inclusief BTW. Het aandeel van de belastingen op milieugrondslag in de totale belastinginkomsten van het Rijk wordt hierdoor globaal verdubbeld tot 2,5%.

Zoals afgesproken in het regeerakkoord zal de opbrengst van de ecotax worden teruggesluisd naar de samenleving. Met dit terugsluizen wil men lastenverlichting bereiken en ondersteuning van werkgelegenheid en koopkracht. De maatregelen waarmee deze terugsluizing plaatsvindt (verlaging van de overhevelingstoeslag, verhoging van de zelfstandigenaftrek, verlaging van het tariefopstapje vennootschapsbelasting) werden al aangehaald in de Belastingbetaler van december 1995.

Op de ecotax is al van verschillende kanten veel kritiek geleverd. Naar het oordeel van de NVB is dit terecht. Het eerste dat van een wet mag worden verwacht is dat de beoogde doelstellingen worden bereikt. De regering verwacht dat, wanneer energie duurder gemaakt wordt, de mensen zuiniger met energie zullen omgaan. Er wordt zelfs letterlijk een aantal concrete energiebesparende maatregelen genoemd, waarvan men kennelijk verwacht dat u die zal gaan nemen naar aanleiding van de ecotax. Van u wordt verwacht dat u, aangespoord door de ecotax, uw thermostaat een graad lager zet, de gordijnen ‘s-avonds dicht doet, 20% minder lang doucht, de TV niet langer op stand-by laat staan en uw wasmachine goed vol doet. U weet echter allang, dat energie duur is. Waarschijnlijker gaat u om die reden al vrij zuinig met energie om. Als u de verwarming nog niet omlaag had gezet, dan is dat waarschijnlijk omdat u het nu eenmaal niet koud wilt hebben, en daar eenvoudig geld voor over heeft. De telefoonkosten zijn dit jaar ook gestegen: bent u daardoor nu minder gaan bellen, of lette u al op de kosten, omdat u al wist dat telefoneren niet gratis is?

Bovendien: er vindt dan wel een lastenverschuiving plaats van belasting op arbeid naar belasting op milieubezwarende activiteit, maar als men tegelijkertijd koopkrachtbehoud nastreeft in de vorm van terugsluizing, zult u waarschijnlijk niet bewust minder energie gaan gebruiken. Het zou de NVB dus sterk verbazen als de ecotax de gewenste milieu-effecten ook maar zal weten te benaderen. De Algemene Energieraad constateerde ook al, dat het directe effect van de ecotax bij de huidige energieprijzen en de huidige stand van de techniek gering zal zijn. In elk geval zullen de doelstellingen uit het Nationaal Milieu-Beleidsplan-2 niet gehaald worden.

Naast de vaststelling dat het twijfelachtig is of de doelstellingen zullen worden bereikt, zijn er nog andere bezwaren tegen de ecotax. De ecotax zal bijvoorbeeld de nodige bureaucratie en overheadkosten met zich mee zal brengen. Er zal een dure voorlichtingscampagne gestart worden, met postbus-51 spots, brochures en wat dies meer zij. Daarnaast zullen de energiebedrijven elk gemiddeld f.350.000,- moeten uitgeven om hun geautomatiseerde aangiften aan te passen, zo meldt de regering in de memorie van toelichting. Navraag bij Energiened te Arnhem leert dat er in Nederland 42 energiebedrijven zijn. Totale kosten voor de energiebedrijven is derhalve: 14,7 miljoen gulden. De belastingdienst op zijn beurt moet aan invoeringskosten ongeveer 1,7 miljoen besteden om hardware en software aan te passen en belastingplichtigen voor te lichten. De totale invoeringskosten van de ecotax zullen al gauw tegen de 16,4 miljoen gulden aanlopen, nog exclusief de kosten van de voorlichtingscampagne. Naast deze eenmalige kosten, komen er ook structurele kosten. Er wordt namelijk een ambtelijk apparaat van 24 (!) formatieplaatsen voor de ecotax ingesteld. Deze ambtenaren worden belast met administratieve en controlewerkzaamheden.  Jaarlijks kost de ecotax hierdoor 3,6 miljoen gulden. De onkosten van de belastingdienst worden niet afgetrokken van het terug te sluizen bedrag.

Overige bezwaren, die door anderen reeds eerder naar voren zijn gebracht zijn bekend. We hoeven hier dus niet te herhalen, dat de ecotax het draagvlak voor milieubeleid verkleint. De actieve betrokkenheid van bijvoorbeeld een boer, die ge‹nvesteerd heeft in andere milieubesparende maatregelen, wordt nu bestraft met een nieuwe heffing op zijn energieverbruik. De ecotax zal op de lange termijn geen gunstige werkgelegenheidseffecten hebben, heeft het Centraal Planbureau berekend. Indien werknemers naast terugsluizing ook prijscompensatie zouden krijgen, zullen per saldo zelfs werkgelegenheidsverliezen optreden, in tegenstelling tot de bedoeling van de terugsluis-operatie, zoals die door de wetgever zelf geformuleerd is.

Bovendien houdt de manier van terugsluizen geen rekening meer met de vraag of iemand zuinig of niet met energie omgaat. De NVB wees er in het decembernummer van de Belastingbetaler ook al op dat grote, veel winst makende bedrijven degenen zijn die het meest profiteren van het terugsluizen van de ecotax. Terwijl zij de grootste energieverslinders zijn.

Het voornaamste effect dat we aan de ecotax kunnen toeschrijven, is dat er op een nodeloze manier geld wordt rondgepompt. U betaalt uw ecotax, waarna het geld een circuit aflegt, bevolkt door controlerende en administrerende ambtenaren, die ervoor zorgen dat ongeveer hetzelfde geld weer bij u terecht komt. De banken zijn de lachende derde. Dat terugsluizen is trouwens nog knap ingewikkeld. Immers: de last van de energierekening loopt niet parallel met de inkomensverhoudingen. Er worden dus herverdelingsberekeningen gehanteerd, die ervoor zorgen dat bepaalde groepen niet over- of ondergecompenseerd worden.

Intussen staat het eventueel nog bereikte resultaat voor het milieu in geen enkele verhouding meer tot de kosten van de hele operatie. De ecotax is, ondanks zijn mooie verpakking en terugsluis-rookgordijnen, niets anders dan een nieuwe belasting. De ecotax heeft maar weinig te maken met energiebesparing en CO2-reductie. De ecotax is een belasting die tegen hoge onkosten zijn doelstellingen niet waarmaakt.

De ecotax is een voorbeeld van slechte wetgeving om drie redenen:

– de beoogde resultaten voor het milieu zullen niet worden bereikt;

– de ecotax pompt geld rond: daarmee wordt per definitie niets bereikt, behalve dat de banken er wel bij zullen varen;

– de onkosten van de ecotax zijn buitensporig hoog: eenmalig 16,4 miljoen exclusief de kosten van de voorlichtingscampagne, vermeerderd met jaarlijks 3,6 miljoen aan structurele kosten. De aanpassingen die nodig zijn, de voorlichtingscampagne en de voorgestelde grootte van het ambtenarenapparaat kunnen met de verwachte resultaten niet worden gerechtvaardigd.

Dit artikel verscheen in ‘De Belastingbetaler’, 2e jaargang nr. 1, februari 1996.

Verder lezen: