Een lijst maken van de beste Beatles-nummers – dat is natuurlijk een volkomen subjectieve aangelegenheid. Het is dan ook míjn subjectieve lijst: nummers die de meeste indruk op me hebben gemaakt en die de Beatles maken tot – ik zal het maar hardop zeggen – de beste popgroep die er ooit was.

In mijn pubertijd vroeg ik een neef die alles van de Beatles had om een cassettebandje voor me te maken van de volgens hem beste nummers. Een heel aantal van deze top 50 stond op dat bandje. Een nummer dat in deze lijst mist maar wel op het bandje stond was The night before; een geweldig nummer, maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om één van de 50 ervoor in te ruilen. The night before is dus de opmaat: nummer 51.

Zo missen er natuurlijk nog veel meer prachtige songs. Men moet keuzes maken. Ik heb in die tijd vaak dit soort lijstjes gemaakt. Eerder dit jaar schreef Elvis Costello in het blad Rolling Stone zijn eigen top 100, waar ik ook goed mee kan leven. Toen dacht ik: ik maak nog één keer mijn eigen lijst. Maar dan doen we gelijk de video’s erbij, als ze bestaan. Want muziek is om naar te luisteren, en we moeten niet vergeten dat de Beatles óók als een van de eersten videoclips opnamen.

Tip: beluister alle 219 Beatles-nummers op deze Spotify-afspeellijst.

Daar gaan we:

Beatles

50 – Hello, Goodbye (1967)

‘I believe in throwaway as a great thing’, heeft Paul McCartney eens gezegd. Hij staat erom bekend dat hij in een handomdraai van niets een pakkende song kan maken. Ook Hello Goodbye werd zo geschreven: de tekst is gewoon een reeks woorden met hun tegendeel. Niet het meest diepgravende Beatlenummer, maar wát een catchy melodie.

49 – Lady Madonna (1966)

Rock ‘n’ rollnummer van Paul, in de stijl van Fats Domino. Uitgebracht als single met The Inner Light op de B-kant. Een ode aan working-class moeders. Fats Domino moet zijn stijl in het nummer herkend hebben, want hij nam onmiddellijk zelf een cover op, waarmee hij de laatste hit uit zijn carrière zou scoren.

48 – Ticket To Ride (1965)

Geschreven voor de film ‘Help!’ Op single uitgebracht en een instant nummer 1-hit wereldwijd. Muzikaal een interessante nieuwe stap, met een opvallend zwaardere drumstijl dan het eerdere werk en een coda in een sneller tempo.

47 – She Loves You (1964)

Revolutionair. De kreet yeah yeah yeah! werd een trademark van de Beatles, de perfecte muzikale afspiegeling van wat tijdens live-optredens van de groep gebeurde, de niet eerder vertoonde massahysterie van gillende en flauwvallende meisjes.

46 – Things We Said Today (1964)

Geschreven door Paul voor de film A Hard Day’s Night. Slimme tekst, die gaat over nostalgie die nog moet komen. Tijdens live-optredens gezongen door Paul en George.

45 – Good Morning Good Morning (1967)

Lennon kreeg de inspiratie voor het nummer van een reclame voor Kellogg’s cornflakes. Arrangement met veel blazers en dierengeluiden, en een heel ongebruikelijke maatvoering: een mengsel van 4/4, 3/4 en 5/4. En toch swingt het de pan uit. Te vinden op Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band.

44 – Getting Better (1967)

Toen de Beatles in 1964 in Nederland waren was Ringo Starr er wegens ziekte niet bij: hij werd vervangen door de inderhaast gerecruteerde sessiedrummer Jimmy Nicol. Nicol moest wennen aan zijn rol: een paar weken lang was hij een wereldster en werd daarna even snel vergeten als hij bekend was geworden. Op de vraag van de Beatles hoe het ging antwoordde hij steeds ‘It’s getting better’. Uit die herinnering ontstond 3 jaar later Getting Better, te vinden op Sgt. Pepper’s.

43 – Baby’s In Black (1964)

Een bluesy, wals-achtig nummer, geschreven door Lennon. Het nummer verscheen op het vierde Beatlesalbum ‘Beatles for Sale’. Vast repertoire in de live-optredens tussen 1964 en 1966.

42 – There’s A Place (1963)

Verschenen op het debuutalbum Please Please Me, met mooie harmoniezang van Lennon en McCartney. Een eerste poging van McCartney om ‘een beetje Motown-achtig’ te schrijven.

41 – Across The Universe (1968)

Geschreven door Lennon. Klassiek nummer, dat een beetje gemankeerd werd uitgebracht. In eerste instantie gaven de Beatles het nummer weg aan een benefiet-album van het Wereld Natuur Fonds. Dit is de obscure, zogenaamde ‘wildlife’-versie, met dierengeluiden aan het begin en eind: een mooie versie, waarin Lennons stemgeluid door een lichte versnelling werd vervormd. Een volgende versie verscheen op Let it be. Producer Phil Spector vertraagde het nummer, haalde de dierengeluiden weg en voegde een rijk arrangement toe. Uiteindelijk verscheen nog een versie ‘zoals het bedoeld was’ op het album ‘Love’.

hzUU6p40UrCBnvYyJ7jryEiXuan

40 – In My Life (1965)

Een compositie van Lennon, rond het thema nostalgie, geïnspireerd op zijn jeugd in Liverpool. Het barokke tussenspel werd geschreven door producer George Martin en gespeeld op piano, maar twee keer versneld. De verwijzing naar Lennons vrienden ‘some are dead and some are living – in my life i’ve loved them all’ is naar de voormalige bandleden Stuart Sutcliffe (in 1962 overleden) en Pete Shotton.

39 – Michelle (1965)

Liefdesliedje van Paul, met een deels Franse tekst. Oorspronkelijk geschreven met een nep-franse tekst als grappige parodie op kunstzinnige Franse chansons, maar voor Rubber Soul omgewerkt tot een ‘echt’ degelijk liedje. Een van de bekendste en meest gecoverde Beatlenummers.

38 – The Word (1965)

Het eerste nummer dat de Beatles schreven over de liefde als een abstract begrip. Te vinden op Rubber Soul, een album dat het zaadje draagt van de creatieve explosie die zichtbaar zou worden op de volgende albums Revolver en Sgt. Pepper.

37 – One After 909 (1969)

The One After 909 werd al geschreven in de beginjaren van de band. In 1963 belandde het al bijna op de plaat, de Beatles namen het in de studio op, maar uiteindelijk viel het nummer af en werd het vergeten. Tijdens de Get Back-sessies speelde de groep van-alles-en-nog-wat en ook dit nummer kreeg een nieuw leven. En bleek wat een ontzettend lekkere rock ‘n’ roll-kraker het eigenlijk is.

36 – Hey Bulldog (1968)

De Beatles brachten eigenlijk maar één album uit dat echt tegenviel: de soundtrack van de film Yellow Submarine. De B-kant van die plaat bevatte geen Beatles-nummers, maar de door George Martin geschreven filmmuziek uitgevoerd door strijkorkest. En op de A-kant stond oud werk, met maar 4 nieuwe nummers: merendeels songs die nog op de plank lagen. Er was destijds ooit een plan om een EP met die vier nummers uit te brengen in plaats van een album, en dat was beter geweest. Er was één nummer bij dat tot mijn favorieten behoort: een beetje vergeten op die slechte plaat, maar een heel lekkere rocker, een beetje in de stijl van Lady Madonna. Een van de weinige nummers die gebaseerd zijn op een piano-riff.

35 – Helter Skelter (1968)

Paul McCartney las in een pop-tijdschrift dat The Who was uitgeroepen tot Hardste Band Op Aarde. ‘Dat kan natuurlijk niet’, vond hij en zo ontstond Helter Skelter, een enorme bak herrie waar geen enkele metal-band zich voor zou hoeven te schamen. Het nummer kreeg een nare reputatie nadat Charles Manson bij zijn moordpartij in het huis van Sharon Tate de woorden Helter Skelter in bloed op de muren had geschreven. In 1988 speelde U2 het nummer tijdens de Rattle and Hum-tour. Zanger Bono leidde het nummer in met de woorden: ‘This is a song Charles Manson stole from the Beatles; we’re stealing it back’.

34 – I Feel Fine (1965)

Geschreven door Lennon rond een gitaarrif. De eerste plaat in de popgeschiedenis waarin feedback bewust werd toegepast: het beroemde intro. Lennon bleef er tot zijn laatste dagen trots op: ‘I defy anybody to find a record… unless it is some old blues record from 1922… that uses feedback that way. So I claim it for the Beatles. Before Hendrix, before The Who, before anybody. The first feedback on record.’

33 – Yesterday (1965)

In alles eigenlijk de eerste soloplaat van Paul McCartney: hij alleen, op gitaar met een strijkarrangement. Een van de meest klassieke Beatlesongs. Ook in de legendarische Ed Sullivan Show – de Amerikaanse doorbraak van de band – speelde de Paul het nummer. Paul stond alleen achter het gordijn, vlak voordat het openging, en de toneelknecht zei tegen hem ‘Are you nervous?’ ‘Not really’,  zei Paul met de bibbers in zijn buik. ‘Well, you should be, there are 72 million people watching you’, en daar ging het gordijn open.

32 – I Saw Her Standing There (1963)

Een van de allereerste nummers die McCartney en Lennon samen schreven. McCartney is de primaire schrijver, Lennon hielp. De Beatles speelden het al vóór hun doorbraak, in Hamburg. Paul worstelde met de tweede regel. Na van alles te hebben geprobeerd, werd het het tamelijk nietszeggende ‘you know what I mean’, wat volgens Lennon perfect was ‘because you don’t know what I mean’. Een ware rock ‘n’ roll-klassieker, en het laatste nummer dat John Lennon zou spelen bij zijn allerlaatste live-concert in 1974.

31 – Day Tripper (1965)

Geschreven door Lennon om een single voor de kerstperiode te hebben en opgenomen drie dagen na Drive My Car. Gebaseerd op een gitaarrif, en een tekst met woordgrapjes erin (net als Drive my car).

Beatles

30 – Come Together (1969)

De openingstrack van Abbey Road. Lennon zingt in het intro: ‘shoot me‘. In Engeland haalde het nummer slechts nummer 4, omdat de BBC het in de ban deed: men beschouwde de woorden Coca Cola in de tekst als reclame. Lennon zou in 1973 door de uitgever van Chuck Berry’s ‘You can’t catch me‘ beschuldigd worden van plagiaat. De zaak werd geschikt en Lennon beloofde daarbij drie nummers van Berry op te zullen nemen op een volgend album.

29 – The Long And Winding Road (1969)

Een klassieke McCartney-ballad, zoals hij er in zijn solojaren nog veel zou schrijven. Opgenomen tijdens de Get Back-sessies, en door Phil Spector nageproduceerd voor het album Let it be. McCartney was naar verluidt woedend toen hij het resultaat hoorde, met violen die over the top gingen en koorzang. Het nummer ging niettemin linea recta naar nummer 1, als laatste single die de Beatles zouden uitbrengen. Enkele jaren geleden kwam het album ‘Let it be – naked‘ uit, in feite een versie van het album waarin Phil Spectors productie ongedaan wordt gemaakt. Daar vinden we de versie zoals Paul hem had bedoeld, met pianobegeleiding.

28 – Because (1969)

Yoko Ono speelde de Mondscheinsonate van Beethoven op de piano, en Lennon vroeg haar om de noten eens achterwaarts te spelen. Zo ontstond Because: een prachtig voorbeeld van hoe perfect de Beatles in harmonie konden zingen. Op dit nummer is de Moog-synthesizer goed te horen, toen een nieuw instrument dat de Beatles op Abbey Road voor het eerste gebruikten.

27 – Sgt Pepper’s Lonely Hearts Club Band (1967)

Titelnummer van het meest legendarische Beatles-album. Eigenlijk het eerste concept-abum uit de popgeschiedenis, een album met een overkoepelend idee. Dat thema werd door McCartney bedacht: als we nu eens net doen alsof we eigenlijk een andere band zijn? In het titelnummer stelt die fantasieband zich voor: ‘We’re Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band, we hope you will enjoy the show’.

26 – You Never Give Me Your Money (1969)

In feite een nummer over het uiteenvallen van de band. Geschreven door Paul, en gericht aan de door de andere drie (en niet door Paul) aangestelde manager Alan Klein: ‘You never give me your money, you only give me your funny paper’. Het nummer is eigenlijk opgebouwd uit een reeks kleine liedfragmenten en past daardoor perfect in de medley-opzet van de B-kant van het Abbey Road-album.

25 – Drive My Car (1965)

Geschreven door Paul McCartney, maar in eerste instantie met een andere tekst, die volgens Lennon ‘crap’ en ‘too soft’ was. De twee gingen aan de slag om iets beters te verzinnen en zo ontstond ‘Drive my car’, volgens McCartney een eufemisme voor sex.

24 – I’ve Got A Feeling (1969)

Opgenomen tijdens de Get Back sessies in 1969. Een heerlijk live uit te voeren nummer. Het is opgebouwd uit twee aparte nummers, Pauls I’ve got a feeling en Johns Everybody had a hard year, die in elkaar werden vervlochten.

23 – With A Little Help From My Friends (1967)

Gezongen door Ringo Starr, die in het slottakkoord van Sgt. Pepper wordt aangekondigd als Billy Shears. Lennon en McCartney schreven het voor Ringo, en het nummer is het definitieve lijflied van Ringo Starr, die altijd gold als minst getalenteerde van het viertal. Joe Cocker zou in 1969 het nummer coveren in een radicaal andere versie, die misschien nog beter is dan het origineel.

22 – Paperback Writer (1966)

Stevige rocker, in de stijl die The Who zou perfectioneren. Een poging van McCartney om eens een lied te schrijven dat niet over liefde gaat: in dit geval gaat het over een beginnend schrijver die wil doorbreken. De backing vocals zijn ontleend aan het kinderliedje Frère Jacques.

21 – Eleanor Rigby (1966)

Alleen McCartney en een strijkoctet, met harmoniezang van John en George. Een ‘klassiek’ stuk, een ballade over het trieste leven van Eleanor Rigby en father McKenzie. Curieus is dat de namen McKenzie en Rigby op de begraafplaats van Liverpool te vinden zijn, sterker nog, er was echt een Eleanor Rigby. McCartney denkt dat die namen uit zijn onderbewuste in het nummer terecht zijn gekomen. Een sterk voorbeeld van het verschil in thematiek tussen nummers van McCartney en van Lennon: McCartney’s nummers zijn vaak kleine verhaaltjes, en Lennon’s nummers staan vaker in de ik-vorm en gaan over zijn eigen gevoelens (hoewel er natuurlijk uitzonderingen op die regel zijn).

the-beatles-6

20 – Doctor Robert (1966)

Nummer over een arts uit New York, die iedereen die dat wilde pillen voorschreef. Tientallen celebrities waren klant bij hem. Waarschijnlijk gaat het nummer over Dr. Robert Freymann, die onder andere Jackie Kennedy als patiënt had en in 1955 Charlie Parker’s overlijdensakte ondertekende.

19 – Blackbird (1968)

McCartney’s inspiratie voor dit nummer kwam van J.S. Bachs Bourrée in e-mineur, een stuk dat hij en George Harrison in hun jeugd speelden ‘to show off’. De tekst was geïnspireerd op rassenrellen in de Verenigde Staten in 1968.

18 – For No One (1966)

Geschreven door McCartney, over het einde van een relatie. Kenmerkend is de barokke hoornsolo, gespeeld door Alan Civil. Voorbeeld van McCartney’s meesterschap in het schrijven van ballads.

17 – Golden slumbers/Carry that weight/The End (1969)

De B-kant van het album Abbey Road is opgezet als een doorlopende medley, waarbij alle nummers in elkaar overgaan. Dat was een idee van Paul McCartney, die de drijvende kracht achter het laatste studio-album van de Beatles was. De slot-medley van de plaat bestaat uit drie nummers: Golden Slumbers, Carry that Weight en The End. The End is het laatste nummer op het laatste studio-album van the Beatles. Het nummer bevat uitgebreide gitaarsolo’s en tevens de enige drumsolo van Ringo Starr die de band ooit op plaat zou zetten. Ringo Starr had een hekel aan drumsolo’s: hij is de ideale begeleidende drummer, die zich in dienst stelt van het liedje zonder ooit op de voorgrond te treden. The End is de uitzondering, op aandringen van zijn bandgenoten.

16 – Here Comes The Sun (1969)

Het tweede meesterwerk van George Harrison op het album Abbey Road. John Lennon is op het nummer niet te horen; hij herstelde van een auto-ongeluk. In het nummer is ook een Moog-synthesizer te horen: een instrument dat toen nieuw was. Opvallend is dat op Abbey Road het instrument steeds met smaak en spaarzaam wordt gebruikt; veel anderen zouden waarschijnlijk in de verleiding zijn gekomen om over the top te gaan met zo’n nieuw instrument.

15 – Lucy In The Sky With Diamonds (1967)

Altijd ontkend, maar we weten wel beter: de afkorting van Lucy in the Sky with Diamonds verwijst natuurlijk naar LSD, de hallucinerende drug die de Beatles in deze periode veel gebruikten. De hele tekst leest als een LSD-trip. Het nummer is te vinden op het meesterwerk Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band.

14 – Penny Lane (1967)

Dubbele A-kant van de single met Strawberry Fields Forever. Een lofzang van McCartney op zijn geboortestad Liverpool, waarin hij beelden en geluiden uit zijn jeugd beschrijft. Geniale compositie, waarin McCartney een ongeschreven wet overtreedt door bij het refrein een toonsoort omlaag te gaan (van C naar bes), maar de vocale melodie omhoog stuurt, waardoor je als luisteraar denkt dat ook de toonsoort omhoog gaat. En dan de grote truc; in het slotrefrein gaat de toonsoort wél omhoog!

13 – Taxman (1966)

Geschreven door Harrison, uit woede over de hoge belastingen die de band moest betalen (de supertax van 95%). Bijtende teksten waarin Howard Wilson en Edward Heath rechtstreeks worden aangesproken. Verschenen als openingstrack op Revolver.

12 – While My Guitar Gently Weeps (1968)

Harrison schreef het nummer oorspronkelijk als acoustische ballad. Een prachtige versie waarin Harrison zichzelf alleen begeleidt is later uitgebracht op Anthology. Hadden de Beatles dit idee doorgezet, dan was een versie ontstaan met een strijkarrangement. Precies zo’n versie is een paar jaar geleden verschenen op Love; George Martin heeft voor die gelegenheid een arrangement geschreven, zoals hij dat toentertijd deed, dat werd toegevoegd aan de bestaande acoustische versie. Prachtig. Maar er werd een andere weg ingeslagen: een rockversie, met een gitaarsolo door George’s goede vriend Eric Clapton. Toen ik er achter kwam dat de solo niet van Harrison zelf was, stortte mijn wereld even in.

11 – Yer Blues (1968)

Vette blues, door Lennon bedoeld als satirisch commentaar op de Britse blues-boom die opkwam, met gitaarsolo’s en tempowisselingen met-een-knipoog. Maar intussen het bewijs dat de Beatles ook deze stijl tot in de perfectie beheersten. Het nummer is een terugkeer van een periode van experimenteren in de studio naar meer pure muziek, een idee dat de band zou doorzetten tijdens de Get Back-sessies. Terug naar echt speelplezier.

beatles-album-quiz-orig (1)

10 – Hey Jude (1968)

McCartney’s nummer heette eerst ‘Hey Jules’, geschreven voor Julian Lennon als troost voor de scheiding van zijn ouders. Het was op dat moment het langste nummer dat ooit nummer 1 werd in Groot-Brittannië. Het lange slot is de ultieme meezinger. De B-kant werd Lennon’s Revolution, een beslissing die John Lennon nooit heeft kunnen accepteren. Het nummer start zonder drums: de band zette het nummer in en had niet gemerkt dat Ringo even naar de wc was. Hij kwam terug toen het nummer al begonnen was, en viel met een perfect getimed ‘boom boom boom’ in.

9 – Something (1969)

De eerste keer dat een nummer van Harrison als de A-kant van een Beatles-single werd gebruikt. Het werd een klassieker, op Yesterday na het meest gecoverde nummer van de Beatles. George Harrison was als songwriter lange tijd het derde wiel aan de wagen en hij moest hopen dat zijn nummers op een Beatle-album terecht kwamen. Maar hij werd steeds beter, en Something was het bewijs dat hij als schrijver gelijkwaardig was geworden aan Lennon en McCartney. Niet veel later viel de band uit elkaar. Harrison zou als zijn eerste solo-album, het klassieke All things must pass,  een driedubbelaar uitbrengen: een demonstratie van alles wat hij al die jaren niet op Beatleplaten kwijt had gekund.

8 – Don’t Let Me Down (1969)

Opgenomen tijdens de ‘Get back’-sessions in 1969 en gespeeld tijdens het ‘rooftop concert’ op het dak van Apple-gebouw. Lennon schreef het lied aan Yoko Ono. Het werd de B-kant van de single Get back. Lennon vroeg Ringo Starr om een ferme bekkenslag voordat hij het refrein inzette ‘to give me some courage’. Een voorbeeld van een tekst van Lennon die zijn emoties volledig blootgeeft op de manier zoals hij dat ook in zijn solojaren zou gaan doen.

7 – Norwegian Wood (This Bird Has Flown) (1965)

Een cryptisch geschreven nummer, duidelijk op Bob Dylan geïnspireerd, over een buitenechtelijke affaire met een dame die haar appartement met Noors hout heeft ingericht. Aan het eind gaat de vlam in het Noorse hout. Norwegian Wood is de eerste keer dat de Beatles de Indiase sitar gebruiken in een nummer.

6 – Rain (1965)

De B-kant van de single Paperback Writer. De eerste keer dat de Beatles een achteruit gespeelde tape gebruiken. Het nummer luidt een periode in waarin de Beatles meer en meer gaan experimentelen met de mogelijkheden die de opnamestudio bood. Uiteindelijk zou dat één van de redenen worden dat de band stopte met live-optredens: behalve de hysterie, was het ook steeds minder goed mogelijk om de sound uit de studio live te reproduceren. Overigens was Rain een vast nummer op de playlist van hun laatste live-toernee, de band zou het spelen tot aan hun allerlaatste live-optreden in Candlestick Park, San Francisco in 1966.

5 – I Am The Walrus (1967)

Lennon was een meester in het schrijven van ondoorgrondelijke teksten. Over het algemeen betekenden ze ook gewoon niets: Lennon schreef puur associatief. Maar het leidde er toe dat mensen aan ‘close reading’ gingen doen, op zoek naar diepe betekenislagen die er niet waren. I am the walrus was zo’n nummer. Het nummer werd overdadig geproduceerd tot een fenomenale geluidscollage. In de fade-out aan het eind horen we bijvoorbeeld een fragment uit Shakespeare’s King Lear: de passage waarin Oswald sterft: ‘Oh untimely death!’ – het werd één van de vele ‘aanwijzingen’ die fans ontdekten dat Paul McCartney overleden zou zijn.

4 – Tomorrow Never Knows (1966)

In 1964 was She Loves You revolutionair. Nu zijn we maar twee jaar verder, maar het lijkt of de popmuziek een ontwikkeling van 10 jaar heeft doorgemaakt. ALLES, maar dan ook alles aan Tomorrow Never Knows was nog nooit eerder vertoond. Het snijdende drumritme, de eindeloze tape-loops, de achteruitgespeelde gitaarsolo’s. Lennon wilde klinken ‘als de Dalai Lama op een berg’. Dat werd opgelost door Lennon’s stem door een roterende Leslie-speaker te laten vervormen. Het resultaat was een bom van muzikale energie, waarin niets klinkt zoals je zou verwachten. Tomorrow Never Knows was het eerste nummer dat de Beatles voor het album Revolver opnamen en het werd de afsluitende track: het was het meest revolutionaire nummer, en wees vooruit naar de weg die de Beatles in het vervolg zouden inslaan. De titel van het nummer komt overigens niet in de tekst voor en werd pas laat bedacht: het nummer heette in eerdere stadia ‘The Void’ en ‘Mark I’.

3 – Let It Be (1969)

‘This one is going to knock you out’, zei Paul McCartney toen hij zijn nieuwe compositie Let it be voor het eerst aan zijn medebandleden voorspeelde. Opgenomen in 1969 maar een jaar later pas uitgebracht. Een hymne aan zijn moeder, Mary, die hij op jonge leeftijd verloor. Het prachtige orgelspel van Billy Preston versterkt het religieuze gevoel dat het nummer oproept nog eens. Er zijn twee versies van het nummer uitgebracht, herkenbaar aan de afwijkende gitaarsolo’s. De singleversie is mijn favoriet. Maar de oorspronkelijke mastertake heeft beide gitaarsolo’s, simultaan gespeeld. De videoversie hieronder wijkt tekstueel licht af van de op plaat uitgebrachte versie: aan het eind zingt Paul in plaats van ‘There will be an answer’, ‘There will be no sorrow’. Om één of andere reden ontroert me die regel ook. Tijdloze kippenvelmuziek.

2 – Strawberry Fields Forever (1967)

Uitgebracht als single met dubbele A-kant met ‘Penny Lane’. Vaak ‘de meest perfecte single ooit’ genoemd, omdat beide nummers muzikaal volstrekt complementair zijn: Strawberry Fields, de etherische, bevreemdende Lennoncompositie tegenover het melodieuze Penny Lane van McCartney; maar thematisch zijn beide nummers één: een lofzang op plaatsen in hun geboortestad Liverpool. Strawberry Fields Forever had een enorm complexe opnamegeschiedenis. Uiteindelijk ontstonden twee versies: een ingetogen gitaarversie en een versie met een bijtend strijkersarrangement. Lennon kon niet kiezen, en zo werden beide versies gecombineerd. De knip waar de gitaarversie overgaat in de vioolversie is voor kenners duidelijk te herkennen.

1 – A Day In The Life (1967)

Een nummer om bang van te worden. De climax van een album – Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band – dat al uit louter hoogtepunten bestond. De perfecte samenwerking van het songwritersduo Lennon en McCartney: Lennon had het begin geschreven (‘I read the news today oh boy…’), gebaseerd op berichten die hij las in de krant die op zijn pianolessenaar stond. Maar hij vond dat er nog iets ontbrak. McCartney had een fragment van een eigen nummer liggen (‘Woke up, fell out of bed…’). De twee delen werden gecombineerd, en voorzien van een huiveringwekkend arrangement. Voor de opname werd een symfonieorkest de studio ingehaald, dat een revolutionaire partituur voorgeschoteld kreeg: elk instrument zou alle tonen op zijn instrument spelen, van de allerlaagste tot de allerhoogste. Het resultaat was een angstaanjagende explosie van geluid. En dan een kolossaal slotakkoord, waarvoor alle piano’s uit het Abbey Roadgebouw naar de studio werden gebracht, die met een gezamenlijk E majeurakkoord van 53 seconden lang de meest legendarische plaat van de jaren ’60 afsluiten (op de bizarre ‘inner groove’ na: ‘waarom zetten we op de uitloopgroef van de plaat niet ook iets?, vond Lennon).

Wat is jouw favoriete Beatles-nummer? Laat het weten! Je kunt je reactie kwijt onderaan dit artikel.

Verder lezen: