In twee dagen tijd waren de broers Claes en Peeter Fasol in januari 1675 wees geworden. Vermoedelijk waren zij op dat moment (samen met een zuster Elisabeth waarvan het bestaan onzeker is) de enige overlevenden uit het gezin Fasol in Bree. Ze waren toen 27 en 24 jaar oud en dus volwassen. Ongetwijfeld had hun vader gezorgd voor een gedegen opleiding, vermoedelijk binnen zijn eigen werkkring, die (zoals we eerder concludeerden) nauw gelieerd was aan de praktijk van notaris Michael Das. Het is onduidelijk of deze toen nog in leven was (in 1659 was hij dat in ieder geval nog wel), maar deze zou dan inmiddels hoogbejaard zijn en zeker niet meer actief als notaris (hij was geboren in 1597).

Dit is het tweede deel van de familiegeschiedenis van de familie Fasol:

Oorlogsgeweld
Al snel braken onzekere tijden aan. In oktober 1675 werd het opnieuw onrustig rond Bree. De Prins van Nassau overwinterde in de Kempen. Zijn generaal, Weibnom, probeerde Bree in te nemen, maar de aanval werd aanvankelijk afgeslagen. In tweede instantie moest Bree capituleren. De troepen namen de stad in en richtten vernielingen aan. Ze beschadigden de muren, begonnen de 12 kanonnen weg te voeren, beschadigden en plunderden huizen en wilden de kerk binnenvallen. Maes en Dreesen (Geschiedenis van Bree: II, p. 39) vertellen dat men tot 1901 nog brandplekken op de kerkdeur kon zien die aan deze aanval herinnerden. Er moest rogge en schatting worden afgedragen en een Hollands garnizoen overwinterde maandenlang in Bree.

Prinsbisschop Maximiliaan had in 1674 vrede gesloten met de Republiek en kreeg prompt problemen met de Fransen. Ook Bree zou in maart 1676 binnen de eigen muren de gevolgen van het conflict tussen de Fransen en Hollanders ondervinden. De gebeurtenissen zijn in detail overgeleverd:

In de middag van 17 maart 1676 kwamen twee mannen te paard aangereden, schijnbaar paardenkooplui. Ze bestelden aan de poortwacht twee potten bier. Een van de wachters, Simon Cuypers, ging het bier halen in de herberg. Maar toen hij terugkwam stonden aan de poort enige Franse soldaten. Kort daarop kwam er nog een tiental bij en daarna nog andere. Ze reden zonder te vragen de poort binnen en sloten ze met geweld achter zich. Ook sloten ze de andere poorten. Een half uur later verscheen er een groep Hollandse ruiters, die met de Fransen wilden afrekenen. Alarm blazend liepen ze rond de stad langs de poorten. De Nieuwstadpoort staken ze met stro in brand. In een vuurgevecht vielen er verschillende gewonden, die door dokters Philip Mariot en Jan Jacobs, en door de Augustijnen werden verzorgd. De Fransen vluchtten daarop weg voor de Hollanders, die inmiddels in de stad waren. De Hollanders namen schout M. Jacobs en oud-burgemeester Peeter Boels in gijzeling mee naar Weert. Hun vrijlating kostte de stad 1200 rijksdaalders.

De Fransen namen in maart 1676 Luik in en slopen de citadel op 31 maart bij hun vertrek uit angst dat deze in de handen van hun vijanden valt. De bastions, halve manen en een aantal oude muren worden ondermijnd. Een burgeroorlog onder de Luikse burgers was het gevolg. Franse troepen eisten ook dat Bree de verdedigingswerken rond de stad zou afbreken.

In september 1676 moet Bree voedsel afstaan aan garnizoenen van de Prins van Nassau in Hasselt en 40 stuks vee aan de Brandenburgers in Roermond.

Claes Fasol, gerechtsbode

Op maandag 21 december 1676 trouwt Claes Fasol (hij is dan 29 jaar) met de vijf jaar oudere met Gertrudis Quax, gedoopt te Bree op zondag 10 augustus 1642 als dochter van Edmond Quax en Catharina Janssen. De familienamen Quax en Boonen verwezen in Bree in feite naar een en dezelfde familie: Claes was peter van Joannis Boonen, zoon van Franciscus Boonen alias Boenen of Quax en Elisabeth Hermans, op 24 januari 1678. Meter was Catharina Beerts. Op 20 oktober of december 1677 was Claes Fasol peter van Hubertus Boenen alias Boonen. Meter was Elisabeth Arkens.

De vreemde troepen waren intussen nog niet uit de streek verdwenen. In november 1677 waren er garnizoenen Fransen bij Bree [Maes II, 39-40]. Op 10 augustus 1678 bij de Vrede van Nijmegen tussen Frankrijk en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden krijgt de Republiek alle gebieden die nog door de Fransen bezet worden terug, waaronder Maastricht. Ook in maart-april 1679 waren er garnizoenen Fransen bij Bree [Maes II, 39-40].

Op maandag 12 december 1678 is de doop van Jacob Fasol, de oudste zoon van Claes Fasol en Gertrudis Quax. Zijn peetouders zijn zijn oom Peeter Fasol en Marie Dinghens.

Tijdens deze roerige periode wordt Claes Fasol gerechtsbode. Zijn schoonvader Edmond Quax was eveneens bode van Bree; deze wordt als zodanig vermeld als in december 1648: toen de Lorreinen in de buurt van Meeuwen een overwinning boekten, werd ‘de boy’ Edmond Quax erop uit gestuurd om te kijken waar ze naartoe trokken [Maes, dl. II, p. 36]. Daarmee wordt het aannemelijk dat Edmond Quax een collega was van Claes’ vader Jacob Fasol. (Zoals hierboven gemeld, vormden de families Quax en Boonen in Bree in feite één familie: moeten we stilstaan bij het feit dat de naam Fasol in Italië ‘boon’ betekent?…)

gerechtsbode

Gerechtsbode

Claes Fasol wordt voor het eerst als gerechtsbode vermeld in 1680, en genoemd als facteur op 31 mei 1683 en op 18 december 1690 [SB Bree: nr. 14; 30-fol.189]. De taak van de gerechtsbode was overtreders van de wet aan te klagen, verdachten in hechtenis te nemen, ze te dagvaarden en voor het gerecht brengen. De gerechtsbode fungeerde verder als politieagent. Bree kende twee gerechtsbodes, een voor binnen (stadsbode) en een voor buiten de muren (veldbode). De stadsbode deed ook de aankondigingen en maakte de ordonnanties van het stadsbestuur bekend, na de trompet te hebben geblazen op de hoeken van de straten. De gerechtsbodes waren, samen met de stadssecretaris, de belangrijkste ondersteuners van de schout. Gerechtsbodes werden door de magistraat benoemd en herbenoemd, telkens voor één jaar. [Maes & Dreesen, dl. II, p. 100, 58].

Op maandag 28 april 1681 wordt Catharina Fasol gedoopt, het tweede kind van Claes Fasol en Gertrudis Quax. In dat jaar laten Hollandse troepen de stadsvesten van Bree springen. Op 6 augustus 1682 was Claes peter van Hubertus Houben, zoon van Theodorus Houben en Helena Vincken alias Braecken. Meter was Agnes Vasen.

Peeter Fasol

Stadssecretaris
In het zelfde jaar als Claes gerechtsbode wordt, wordt op 6 mei 1680 Peeter Fasol voor de eerste maal aangesteld als substituut-stadssecretaris [SB Bree nr.12]. De beide broers hebben een voortvarende loopbaan voor ‘tweede-generatie’ stadsburgers. Peeter Fasol was stadssecretaris van Bree van 1680-1682 [Maes & Dreesen [1984]: ‘De geschiedenis van Bree’, Dl.II, p.60]. De stadssecretaris was de rechterhand van de magistraat. Hij schreef het verslag van de vergaderingen van de gemeenteraad en schreef in de ordonnantieregisters. Hij schreef de rekeningen in de registers in voor de burgemeester, de accijnsmeester, de schattingheffers, de armenmeesters, de kerkmeester en rentmeesters van verschillende broederschappen. De stadssecretaris was tevens secretaris van het schepengericht, en hij schreef voor de laathoven (rechtbank voor het verhandelen van cijnsgoederen). Een stadssecretaris was dus een van de meest ontwikkelde inwoners en sprak meestal ook Frans en Latijn. [Maes & Dreesen [1984]: ‘De geschiedenis van Bree’, Dl.II, p.59-60].

Als gewezen substituut -stadssecretaris eiste Peeter Fasol op 26 oktober 1682 betaling van een openstaande rekening [SB Bree nr. 14]. Op 22 november 1683 werd Peeter Fasol opnieuw vermeld als substituut -stadssecretaris [SB Bree nr. 30-fol.57-vs].

Kleine IJstijd
De winter van 1683-1684 was in Europa waarschijnlijk tot de winter van 1708-1709 de koudste van het tweede millennium. De winter valt halverwege november in, zes weken voor de kerst. Na enkele weken vorst bevriezen alle grote rivieren in Europa. Op 2 januari is de Vlaamse kust tot 2 mijl uit de kustlijn bevroren. Begin januari is de Theems geheel bevroren, om half februari een ijsdikte te bereiken van 11 inch. In totaal is de rivier 41 dagen dichtgevroren geweest. Uit Brussel wordt op 29 januari gemeld dat de winkels gesloten zijn en verschillende mensen op straat neervallen van de kou. In Antwerpen ligt de Schelde geheel dicht. In Nederland vriest het zeven weken lang, met over het algemeen rustig en helder vriesweer, met weinig sneeuw. Dit is dan ook de reden dat er zeer grote ijsdikten worden gemeten, tot twee Rijnlandse voeten (63 centimeter). Half februari valt in West-Europa de dooi in. De maatschappelijk gevolgen van de winter zijn groot, op veel plaatsen zijn tekorten aan voedsel. Een hongersnood, zoals na de winter van 1709 heeft echter niet plaats gevonden. Deze winter eindigt met de geboorte van het derde kind van Claes Fasol, Maria Fasol,  gedoopt te Bree op zaterdag 4 maart 1684.

Op 26 augustus 1684 trok Maximiliaan met Beierse troepen de stad Luik in en herstelde zijn macht, waarna hij de democratie afschafte en regeerde als absoluut vorst. Op 2 juni 1688 overleed hij. (Schöffer, pag. 415-416).

Notaris
Peeter Fasol was ook werkzaam als notaris. Vóór 1686 was hij als notaris betrokken bij een akte die zich bevindt in een procesdossier van de schepenbank Thorn. Het oorspronkelijke stuk uit 1656 is opgemaakt door Michael Dass, notaris te Bree. Na de tekenformule volgt de passage: “en daer naer was onderteeckent aldus, Petrus Fasoll, notarius apostolicus et in curia episcopali Leodiensi immatriculatus, per copiam cum originale concordantem in fide subscripsit”. Daarna volgt in andere hand de handtekening van kopiist voor het proces in 1686, Conradus Loyens. Kennelijk heeft Petrus een tussentijds afschrift afgegeven, in ieder geval wordt hieruit duidelijk dat hij officieel als notaris met bisschoppelijke vergunning werkzaam was [SB Thorn, Akte inzake erfeniskwestie betreffende de Voshof te Winkel, Jan Bormans vs. Jan Crijns en Willem van der Linden, 1686].

De notaris, 1649

In 1687 was Petrus Fasolle notaris in Bree (Francis Goole: ‘Ons Limburgs Archief’, De Rode Leeuw, jg. 1970, nr. 7, p. 15C). Van Peeter Fasol mag niet direct worden aangenomen dat hij een academisch gevormd jurist is geweest. Voor een qua bevolkingsaantal bescheiden stadje als Bree is dit niet waarschijnlijk. Ook notarissen waren toendertijd maar zeer zelden academisch gevormde juristen. Doorgaans genoten zij na een eerste opleiding aan een zogeheten Latijnse of Franse school en een verdere beroepsopleiding in de praktijk op kantoren van notarissen en procureurs of bij stedelijke secetarieën en gerechtelijke griffies. [info prof. Gehlen]. 17e/18e eeuwse notarissen mochten geen transportakten opmaken, maar wel koopcontracten van onroerend goed verleden. Met deze koopcontracten werd het onroerend goed niet overgedragen. Er werd alleen een verplichting geschapen tussen de verkoper en koper, waarbij de eerste zich verplichtte aan de overdracht van het goed voor de schepenbank mee te werken en de ander gehouden was de afgesproken koopsom te betalen. Overigens was de scheidslijn tussen notariaat en schepenbank in de praktijk veelal dunner dan in de regeling gesignaleerd. Veelal waren de secretarissen en klerken van de schepenbank tevens notaris. Zij hadden dan naast hun werkkring nog een privé-praktijk.

Voorspoed
In deze jaren vernemen we over Claes Fasol niet zo veel. Op 10 januari 1691 was Claes peter van Joannis Truijen, zoon van Nicolaus Truijen en Elisabeth Maes. Meter was Helena Braecken. Op 14 februari 1691 is hij peter van Guilielmus Libens, zoon van Gaspar Libens en Catharina Lenssen. Meter was Elisabeth Houben.

Het kapittel van Luik had in 1688 voor het eerst sinds eeuwen een Luikenaar van geboorte als prinsbisschop gekozen, Jan Lodewijk van Elderen. Deze raakte direct verwikkeld in een oorlog tussen Frankrijk en het Duitse Rijk, waarbij hij partij koos voor de Fransen nadat de Duitsers Hoei en Ciney hadden ingenomen. Hij sloot een overeenkomst met de stadhouder van Maastricht en raakte volledig verstrikt in het conflict. Het Luikse leger kwam onder Spaanse leiding, de Fransen bombardeerden in juni 1691 de stad en veroverden in 1693 Hoei. Na Van Elderens overlijden in 1694 keerden de Luikenaren naar de Wittelbachs uit Beieren terug en kozen Jozef Klemens van Beieren. (Schöffer, pag. 416-417)

Peeter Fasol lijkt het intussen in ieder geval voor de wind te gaan. Op 12 juli 1688 kocht Petrus een hypotheek, die hem op 25 april 1695 werd terugbetaald [SB Bree nr.40-fol.130-vs]. Op donderdag 8 februari 1691 trouwt hij (hij is dan 40 jaar) met de negen jaar jongere Gertruyd Jacobs, dochter van Joannis Jacobs en Marie Emonts. Op 15 oktober 1691 is een verkoop van een half huis, palend o.a. aan de erven Jacob Fasoll; akte van Peter Fasoll, notarius, openbaar en geïmmatriculeerd [Hof Vanderhallen Bree, nr.13, fol.24-vs].

Bij de doop van van Marie Elisabeth Fasol, dochter van Petrus Fasol en Gertrudis Jacobs op 9 januari 1692 staat een zekere Elisabeth Fasol als meter vermeld (peter was Math Bruijns). Zij is misschien een zuster van Peeter en Claes Fasol, maar haar naam komt verder niet in de DTB-registers van Bree voor. Op 1 maart 1692 is Peeter Fasol peter van Anna Christina Bruyns alias Bruens, dochter van Mathias en van Marie Jacobs. Meter was Anna a Foro.

Aardbeving van 1692
Op 18 september 1692 om 14.15 uur werd in heel Nederland een zware aardbeving gevoeld. Het epicentrum ligt bij Verviers, en het plaatsje Soiron ten westen van de stad wordt zo goed als geheel van de kaart geveegd. Met een kracht van 6,3 op de Richterschaal is dit een van de zwaarste aardbevingen die West-Europa ooit gekend heeft. In Roermond stortten de gewelven van de Minderbroederskerk in (Sieberg / Annalen des Hist. Vereins für den Niederrhein 1858 Blz. 68 (T68-1858 GAR). In Den Bosch bewoog de kerktoren hevig. In Amsterdam: waterbeweging op het IJ en in de Amstel; torens van de Oude en Zuiderkerk schudden, klokken luiden. De Roode Poortstoren trilde hevig, evenals het Paleis op de Dam. In Heerlen: “Op vele plaatsen kastelen en huizen omvergeworpen”. Breda: op wandborden die bij archeologisch kernonderzoek werden gevonden stond: “aertbeving overal” en “wasser een aertbeving”. In Rekken wordt in het kerkelijk register een zware beving vermeld. In Rolduc: “de kerk van het klooster Rolduc werd zo hevig geschokt, dat de top van de gevel afviel en de schoorsteen talloze barsten kreeg”. Middelburg: huizen werden beschadigd; schepen bewogen. Enkele naschokken op werden op 18 december te Maastricht gevoeld. (Literatuur: Sieberg 1940; v.d.Els 1878; Pauls 1893; Meyer 1781; Rutsch 1879; v. Fürth 1890; Janssen 1908; Perrey 1845; Lorié 1903; ; v. Beurden 1890; Eckertz 1857; Jongeneel 1884; Vogt 1985; v. Beek 1988; v. Gils-Zaczek 1978; v. Malde 1990. Uit: Catalogus “Aardbevingen in Nederland” KNMI 179-1992. Door: Drs.G.Houtgast Blz.46-47). Uit Bree zijn geen verslagen bekend, maar ook daar moet de aardbeving gevoeld zijn.

Op vrijdag 17 april 1693 wordt Jacobus Henricus Fasol gedoopt, de eerste zoon van Peeter Fasol en Gertruyd Jacobs. In augustus van dat jaar passeerden 4 squadrons ruiterij en 800 dragonders Bree die tegen de Fransen optrokken [Maes II, 40].

Proces over een belediging
Tussen 1695 en 1699 procedeerden Nicolaus Willem de Borman en Peter Fasoll tegen Peter Hermans inzake een belediging. In eerste aanleg was de zaak behandeld voor de schepenbank van Bree in 1695 [Schepenbank van Vliermaal, RAH 2026-885]. Nicolaas Willem de Borman (1665-1720) was licentiaat in de rechten, erfmeier van Bree en zoon van Lambert de Borman en Agnes van der Heyden (die een dochter was van Alida Dass). Hij was in 1694 eigenaar geworden van de Hermanshof, een boerderij aan de Driehovenweg in Bree. Peter Hermans was van 1694 tot 1727 pachter van deze boerderij [Maes, II, p. 224].

Op woensdag 12 januari 1695 wordt Anna Margaretha Fasol gedoopt, dochter van Peeter Fasol en Gertruyd Jacobs. Peeter doet in deze periode flinke aankopen. Op 28 april van dat jaar koopt Peeter grond nabij de Bocholterstraat, naast grond die hij reeds eerder had gekocht van dezelfde familie [SB Bree nr.197]. Op 12 januari 1696 kocht Peeter Fasol een huis op de Merckt en op 13 februari 1697 nog een goed op de Merckt [Hof Vanderhallen Bree, nr.13, fol.75; fol.85].

Op 19 mei 1696 was Peeter Fasol peter van Joannis Audenhuysen, zoon van Arnold en Marie N. Meter was Christina Elisabeth Soors. Op woensdag 2 januari 1697 wordt zijn dochter Christina Fasol gedoopt.

Stadsbrand van Bree
In dit jaar volgt tegenslag: in 1697 woedde in Bree een grote stadsbrand, waarbij 70 huizen in de Opitterstraat en Hoogstraat in de as worden gelegd. Volgens de overlevering hield het vuur op toen pastoor Smeyers met het H. Sacrament vooraan in de Hoogstraat kwam. Een steen met het opschrift ‘Gheloefd zij het allerheylyg Sacrament des Autaers wardoor den brandt is opghehoy – den aen dit huys end syn verbrant 70 huysen’ herinnert hieraan. (Maes & Dreesen, II, p. 133-134). Dat ook Peeter Fasol tot de gedupeerden behoort, lijkt waarschijnlijk: op 12 augustus 1697 verzocht Petrus Fasoll samen met enkele anderen visitatie van door hen gekochte versleten stallingen [SB Bree nr. 31-fol.49].

Op vrijdag 15 augustus 1698 is weer een doopsel van een dochter van Peeter, Maria Catharina Fasol.

Een akte in Zeeuws-Vlaanderen
Peeter Fasol was ook buiten Bree actief als notaris, getuige deze transactie in Zeeuws-Vlaanderen: “Bij den tweeden brief, gegeven te Middelburg, den 25 October 1698 (…) wordt Johan du Bon, ‘in qualiteit als bedienelycke man van’ Maria Helena Josephina Dingens, nagelatene dochter van den heer Leonardus Franciscus Dingens, daartoe gemagtigd bij procuratie van vrouwe Maria Isabelle van Mechelen, wed. van den voors. heer Leonardus Franciscus Dingens en moeder van de voors. Maria Helena Josephina Dingens, gepasseerd voor den notaris Petrus Fossol en getuigen, residerende binnen de stad Bree, lande van Luik, in dato 23 Junij 1698, in ingevolge het testament door den heer Dingens voors. daarover gemaakt en door voornoemden notaris beschreven, verleden met de heerlijkheid Westdorpe.” [Bijdragen tot de oudheidkunde en geschiedenis, inzonderheid van Zeeuwsch-Vlaanderen, verzameld door H.Q. Janssen en J.H. van Dale, Middelburg 1858, dl. III, p. 68]. Leonard Dingens was overigens ongetwijfeld de geleerdste Breeënaar van zijn tijd. Hij was hoogleraar in de geneeskunde aan de universiteit van Leuven: ‘vurig aanhanger van Descartes, verdedigde hij met klem Harvey’s ontdekking, de bloedsomloop, tegen de toen nog heerschende vooroordelen’ [Maes & Dreesen, I, p. 140].

kaartje bree

Brand en aardbeving
Het jaar 1699 verloopt rampzalig. Op 25 maart 1699 brandt het opnieuw in Bree, nu in de Gerdingerstraat. In twee jaar tijd werd zo door brand een groot deel van de stad verwoest. Waardoor dergelijke branden ontstonden blijkt uit een document uit oktober 1655: dat ‘door het bier brouwen en bakken deze stad diverse afbrandingen heeft geleden’. (Maes & Dreesen, II, p. 133-134).

Vlak daarop waren er tot overmaat van ramp ook aardbevingen. Op 22 april 1699 een aardbeving van Magn.4.0 (v. Gils), met schade in Maaseik en Roermond (Literatuur: Sieberg 1940; v. Gils-Zaczek 1978. Uit: Catalogus “Aardbevingen in Nederland” KNMI 179-1992.Door: Drs.G.Houtgast Blz.49.). Op 22 juni werden in Roermond en Maaseik en omgeving 5 à 6 bevingen waargenomen. (Literatuur: Käntzeler 1870. Uit: Catalogus “Aardbevingen in Nederland” KNMI 179-1992. Door: Drs.G.Houtgast Blz. 49.)

Peeter Fasol lijkt daarop toch in geldnood te komen. Met als pand een bosje, beemd en een halve bunder land aan de Bocholterstraat, leende Peeter op 4 mei 1699 f.150,- van de paters Augustijnen in Bree [SB Bree nr.259].

Petrus Fasoll en Geertruyt Jacobs emanciperen op 25 januari 1700 al hun tot op dat moment verwekte kinderen: Maria Elisabeth, Jacobus Henricus, Anna Margriet, Cristina en Maria Catharijn Fasoll [SB Bree, nr.40, fol.272]. Men was pas meerderjarig op 25-jarige leeftijd. Door middel van een akte konden ouders kun kinderen vóór die leeftijd ‘emanciperen’, waardoor zij eerder de rechten kregen van meerderjarigen.

Spaanse Successieoorlog
De Spaanse Successieoorlog (1701-1714) bracht nieuwe onrust. Deze oorlog ontstond na de dood van Karel II van Spanje omdat Lodewijk XIV in de ogen van zijn vele kleine en grote rivalen de Europese machtsverhoudingen geheel dreigde te verstoren met een aanspraak op de Spaanse troon voor zijn kleinzoon Filips van Anjou. Daarnaast waren die rivalen erop uit hun eigen territoriale kwesties in hun voordeel te beslechten.

Een Engels-Nederlandse leger van de hertog van John Churchill, de hertog van Malborough, in de volksmond ‘Malbroek’ geheten, dat zich in Bree ophield maakte zich niet populair, zoals we mogen afleiden uit de folkloristische gewoonte die uit deze tijd stamt, om met de kermis op donderdag ‘Malbroek te begraven’.

Prinsbisschop Jozef Klemens van Beierens regering in Luik was ook geen succes. Hij koos partij voor de Fransen en werd in 1702 door de Spanjaarden verjaagd. Pas in 1715 keerde hij vanuit Frankrijk terug. (Schöffer, pag 417).

Op zaterdag 31 juli 1700 wordt Peeters laatste zoon gedoopt: Joannes Antonius. Peeter was opnieuw stadssecretaris van 1702-1703. [Maes & Dreesen [1984]: ‘De geschiedenis van Bree’, Dl.II, p.60].

Laatste jaren
Na een periode van stilte duikt ook de naam van Claes Fasol nu weer op in de archieven. Op zaterdag 2 september 1702 moeten Claes Fasol en Getruyd Quax hun dochter Catharina begraven. Op 9 januari 1705 was Claes peter van Joanna Catharina Vinken, dochter van Joannis Vinken en Catharina Libens. Meter was Catharina Neesen. Claes is vermoedelijk steeds gerechtsbode geweest. In 1707 wordt Claes Fasol wederom vermeld als gerechtsbode [SB Bree: nr. 14; 30-fol.189].

In de winter van 1705 kregen de burgers van Bree tot die maal toe te maken met inkwartiering. In 1706 lag een regiment Zwitsers in Bree ingekwartierd, en in hetzelfde jaar ook troepen van generaal Rosen.

Winter van 1709
In de winter van 1709 was er het regiment van generaal Figuenbach. Tot overmaat van ramp was deze winter uitzonderlijk streng: tijdens een vorstperiode van 40 dagen bevroor de gehele graanvoorraad (Maes & Dreesen, II, p. 41). De winter van 1708-1709 was in Europa met de revolutiewinter van 1789 waarschijnlijk de koudste winter van het tweede millennium. In het grootste deel van Europa vroor het bijna drie maanden, van Scandinavië tot Italië en van Frankrijk tot Rusland bevroren alle grote meren en rivieren. Zelfs het Gardameer vriest geheel dicht. In Nederland bevroor de grond tot meer dan een meter diep. Het vee stierf in de schuren, loofbomen spleten open door de koude en reizigers vroren onderweg dood in de koudste winter sinds mensenheugenis. Wijnvaten bevroren in de kelders, fruitbomen gingen massaal verloren, en zelfs eiken overleefden het niet. De graanteelt ging ook verloren. De winter had ernstige hongersnoden tot gevolg, vooral Frankrijk werd zwaar getroffen. Naar schatting 600.000 mensen kwamen om door deze hongersnood. Alleen Parijs al verloor 24.000 inwoners. In januari lag de gemiddelde temperatuur in Nederland op -5,1 graden, in Berlijn zelfs op -13,2 graden. De koudste dag in Nederland was 20 januari 1709. Te Keulen bevriezen die dag vijf schildwachten. De gemiddelde temperatuur van de gehele winter komt in Nederland uit op -2,3 graden. Een verslag uit die tijd geeft de situatie weer: ‘De Zuyderzee vroor dicht in de winter van 1709 en het was mogelijk met de slee van Enkhuysen naar Staveren in Vrieslandt te gaan. Schepen bij Den Helder weken uit naar andere havens vanwege het grondijs. Op schepen, die toch binnengelopen waren, vroren de matrozen dood. Van de bemanning van de Oost-Indische schepen, die op Tessel waren gelegen, was veel volk, dat aan land kon komen, weggelopen. De meeste daarvan werden in de omringende polders doodgevroren teruggevonden. De wegen waren onbegaanbaar door de hoge sneeuw en mensen die toch op pad gingen om de dichtstbijzijnde stad te bereiken of om turf te halen in het veen, overleefden het niet. De dagen tussen 18 en 21 januari en de dagen erna waren ’t ergst. Er vielen vele doden op het platteland en in geheel Noord-Holland boven Alkmaar lagen de Gasthuysen vol met mensen, wier voeten en tenen geamputeerd moesten worden. Op 8 maart zit de Maas bij Rotterdam nog dichtgevroren. Pas in loop van deze maand wijkt de vorst, maar de gevolgen blijven nog lang zichtbaar. Op 3 april moet het jacht van de Admiraliteit van Amsterdam op de Zuiderzee terugkeren vanwege het vele ijs tussen Enkhuizen en Stavoren. Op 13 april was het ijs in Kopenhagen nog 14 duimen dik en op 1 mei was de haven van Danzig nog bevroren.

Inkwartieringen
Ook de daaropvolgende winter van 1709-1710 was zwaar voor de Breeënaren. Er werd een regiment Pruisische dragonders ingekwartierd. In de zomer die hierop volgt, overlijdt Claes Fasol. Hij wordt begraven op donderdag 17 juli 1710. De erven Claes Fasoll betalen 2,5 gld, 12 stuivers en 2 ort grondbelasting [RAH Bree-gemeente-oud archief 106]. Op 7 december 1710 is Gertrudis Quax meter van Joanna Marie Finckel alias Finquel of Denmetser, dochter van Joannis en van Catharina Libens. Gertrudis Quax wordt begraven op maandag 16 september 1715.

Ook voor het gezin van Peeter Fasol zijn dit de laatste jaren. Op vrijdag 11 september 1711 wordt Peeter Fasol begraven. Op 5 maart 1713 eiste Gertruy Jacobs nog de betaling van een rekening van een cliënt van haar overleden man [SB Bree, nr. 31-fol.215]. Op 3 februari 1717 wordt Gertruyd Jacobs vermeld als hertrouwd met Thomas Vrancken [Laatbank Hulshof Bree, nr.3]. Niet veel later, op dinsdag 1 juni 1717 wordt Gertruyd Jacobs begraven.

 

Het gezin van Nicolaus (Claes) FASOL

Het gezin van Petrus (Peeter) FASOL

 

Dit is het tweede deel van de familiegeschiedenis van de familie Fasol:

 

 

 

Verder lezen: