Er is nog meer te vertellen. Echt kunst en vliegwerk. Een herinnering als een kus. Van of voor mensen. Ik noem er drie.

De Nisseroise Wever

Een oude tradite, zoals in de meeste Oost-Brabantse dorpen. Huisvlijtwevers. Het weefgetouw aan het raam. Werken op het land en werken voor de weverteuten. De rondtrekkende koopmannen, die het linnen aan de man brachten. En bij het vallen van de avond spinden moeder, grootmoeder en de kinderen het garen, waarmee vader bij de olielamp tot laat het weefgetouw hanteerde. Ze brachten een sterk product van op zandgronden geteeld vlas. De hoogste bloei kende Nistelrode kort na 1850. Later vindt industriële opschaling plaats. Eerst naar kleine weverijen in Gemert. Dan ontstaan de grote jongens in Helmond. De Vlisco. Het begin van het oude, door Toon van Duren opgetekend Weverslied, luidt: “Wevers laat de laaij maar klinken en de schietspoel met een zwier”. Jean en Marianne Bremers uit Helvoirt portretteerden een Wever in brons, beladen met rollen linnen op de schouder. Het weverlied omkranst de sokkel. Het beeldje staat in het centrum van Nistelrode. Bij mijn 50ste verjaardag stond er plots ook een kleiner replica op mijn stoep. Hij ging niet weg. We hebben het maar in onze tuin gezet.

Het danseresje van Kierkels

Bij een afscheid van de gemeente hoort een cadeau. Dat vond mijn secretaresse Annemie en velen met haar. Horstenaren werd in overweging gegeven, indien ze daarvoor voelden, bij te dragen. Kunstenaar Erik Kierkels uit Panningen had al eens geëxposeerd in Horst. In zijn werk zie je verbondenheid met Arthur Sproncken en Jos Dirix. Erik vierde onlangs zijn 25-jarig kunstenaarschap. Hij haalt zijn verbeelding uit de dierenwereld en de klassieke oudheid. Het werk is krachtig, toch speels en soms erotisch tegelijk. Danseressen, paarden en stieren lijken te zweven, te dansen in de ruimte. Zijn werk vindt allerwegen waardering. Je treft het in diverse landen. Maar ook in Nederland, van Maastricht tot in Ootmarsum. Zijn danseres staat nu in onze tuin.

De drie Gratiën van Teun Roosenburg

Opnieuw het afscheid. De beeldengroep van de drie “Vrouwen van Roosenburg” vormden een laatste gemeentelijke kunstaankoop in de vorige eeuw. Even opgehouden tot bij mijn afscheid. Ze werden geplaatst in het Rosarium van de Kasteelse Bossen. Na de overdracht van twee notenbomen bij de Tiendschuur door Peter en Carola, gingen de genodigden met de kunstenaar en zijn drie zoons op de voormiddag van 18 december 1999 naar de plaats van onthulling. Teun sprak een woord ten afscheid tot zijn drie vrouwen. Hij onthulde er een, Tilly de tweede en ik de laatste. Ze staan er fier en bloot. Ten aanschouwe van wandelaars en kunstminnaars.

 

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: