3 april j.l. Families van Els en Poels zitten aan de lunch in het Pelgrimshuis in De Smakt. De as van tante Fien is uitgestrooid op het strooiveld van de begraafplaats in Venray. Een moment om nog even bij elkaar te zitten of om achter een familiegeschiedenis te komen die je altijd al had willen weten. Zoals Marianne, die zich afvroeg of Harrie of Jan elkaar in Indië eigenlijk wel eens zagen. Marianne en Harrie raakten daarover aan de praat.

Harrie, die eindelijk weer mocht genieten van een dag met familie na een lange winter van voornamelijk binnenzitten en kuren, ging graag in op die vraag. Hij bleek nog een haarscherp geheugen te hebben voor allerlei details uit die tijd. Een aantal feiten uit Harrie’s Indië tijd had ik van hem al wel eens gehoord, maar eigenlijk niet vanuit het perspectief ‘broers’. Aangezien er nog ruimte was voor kopij in de familiekrant heb ik me als reporter opgeworpen. Ik heb het gesprek in De Smakt, aangevuld met aantekeningen van een uitgebreid telefoongesprek en gegevens uit enkele militaire bronnen, hieronder weergegeven. Misschien geeft dit verhaal aanleiding tot het bovenkomen van nog meer herinneringen uit die tijd!

Harrie naar Indië

Op 1 juli 1946 meldt Harrie zich als dienstplichtige bij de KMA in Breda. Na een paar maanden wordt hij gestationeerd in de Harskamp, een onderdeel voor zware mortieren en zwaar ondersteuningsmateriaal. Hij leert daar kleine legertanks rijden. Vervolgens wordt hij Motor Transport Officier (MTO) in Weert en leidt daar jongens op voor Indië, in het omgaan met jeeps en vrachtauto’s. In maart 1947 wordt Harrie verplaatst naar Nijmegen, eerst in de Prins Hendrikkazerne, om vervolgens ook de overige twee kazernes aan te doen: de Snijderskazerne en dan Kraayenhof. Inmiddels heeft hij al 2 keer op een lijst voor nazending gestaan. Beide keren gaat zending niet door omdat hij ‘specialist’ is. Bij een 3e lijst wordt hij in december 1947 toch als reserve ingescheept op De Tabinta naar Indië. De overtocht is ruig.

tabinta

De Tabinta.

Jan op de kade.

Bij aankomst in Indië januari 1948 staat Jan hem op te wachten op de kade. Jan zit zelf dan al 14 maanden in wat dan officieel nog Nederlands Indië heet, terwijl de Republiek Indonesië al is uitgeroepen (op 17 augustus 1945).

Jan is direct na de tweede wereldoorlog in 1945 als oorlogsvrijwilliger (OVW) in opleiding gegaan. Na de officiersopleiding in Aldershot (Engeland) en een voorbereidingstijd in Ede vertrekt hij op 8 oktober 1946 met de ‘Bloemfontein’ naar Indië. Dit is samen met zijn Regiment Veldartillerie (3-2RVA) uit Ede.

Harrie: “Toen ik aankwam zat Jan in Tjipannas , maar aanvankelijk zat hij daar niet. Pas na de 1e politionele actie ( in de nacht van 20 op 21 juli 1947, red.), wanneer het regiment (‘E-batterij’) een groter patrouillevak wordt toegewezen, werd Jan met zijn bataljon  daar gestationeerd: tussen Bandoeng en Buitenzorg, op de berg Poentjak. Het huis waar Jan zat in Tjipannas was een buitenverblijf  van de Gouverneurs Generaal, die af en toe de koelte in de bergen opzochten. Er waren grote kamers, grote tuinen, een tennisbaan en een (heel koud) zwembad. De soldaten kregen tennisles van de majoor, die zelf een liefhebber was”.

Het bataljon van Jan moet o.a. de (beroemde) konvooiweg, verbinding tussen oost en west Java, tussen Bandoeng en Tjiandoer bewaken. Dit was een gevaarlijke route, die vaak werd beschoten. Jan moest wel patrouille lopen en heeft volgens Harrie ook wel geschoten, bijvoorbeeld als ze in een hinderlaag waren gereden.

Harrie zit in stad Batavia, Jan op zo’n 100km afstand in het hoger gelegen Tjipannas (bij Tjianjoer denk ik, red.), bij de berg Poentjak.

Harrie zit in stad Batavia, Jan op zo’n 100km afstand in het hoger gelegen Tjipannas (bij Tjianjoer denk ik, red.), bij de berg Poentjak.

Jan is tevens sportofficier. Er werd veel gevoetbald in Indië. De Kwartier Meester Generaal (KMG) rond Batavia had 10 teams, waarvan 6 in de militaire competitie en 4 in de burgercompetitie. Harrie heeft bij aankomst voetbalshirts bij zich voor het team van Jan, die door Vader waren aangeschaft bij Bera-textiel in Weert. Dit weer via een connectie op directieniveau bij het Landbouwbelang. Of Jan nou zelf voetbalde, ik dacht eigenlijk van niet, maar Harrie in elk geval wel. Naast zijn werk voetbalt hij in verschillende elftallen, tot in het 1e elftal van de 1e afdeling in de (KMG) burgercompetitie toe, en doet ook meer in de populaire jubileumwedstrijden.

Bezoekjes

Harrie zit in Batavia bij de legeraanschafdienst (LAD). Bij de afdeling buitenlandse inkopen regelt hij allerhande aanschaffen, van sokken tot scheermesjes (3 miljoen stuks) maar ook auto-onderdelen en een keer elf stuks brandweerauto’s voor op vliegvelden (à 80.000 gulden). Soms moeten er jeeps ingereden worden, dan heeft Harrie even een tijdje eigen vervoer. Batavia was een grote stad, met een miljoen inwoners. Het drukke stadsverkeer kost Harrie een keer bijna het leven als hij rennend probeert een tram te halen en, nog net – door een sprong te maken- op de motorkap van een aankomende auto belandt. Na 2-3 meter rolt hij weer van de motorkap af en rent ‘gewoon’ door: die tram heeft hij nog gehaald.

Harrie: “Eens in de 3-4 weken zocht ik Jan op. Ik deed dat liftend, van Batavia naar Tjipannas, zo’n 100km. We gingen dan ergens samen naar toe, een theeplantage bezoeken bijvoorbeeld, we zwommen wat of namen een terrasje. Of we bezochten Buitenzorg. Buitenzorg was een mooie stad. Er was een beroemde oude plantentuin met vijvers met zulke grote lelies ‘dat een kind erop kon staan’. Als ik terugging vanuit Tjipannas, bracht Jan me meestal tot Buitenzorg en stak dan aan de weg zijn hand op als er een grote auto langskwam: die stopte wel. Ik herinner me die keer dat ik meeliftte met Chinese zakenlui die een beetje Nederlands spraken: “we gaan een stukje eten”. Ik wilde wel wachten maar mocht zelf ook mee-eten. Of die keer dat ik met de baas van een suikerplantage meereed, die vond het wel veilig om een soldaat bij zich te hebben. Meestal werd ik keurig in Batavia afgezet”.

Demobilisatie

In december 1949 werd de overgave getekend: 120.000 militairen gingen naar huis begin ‘50. Jan demobiliseert in Indië zelf  en blijft als burger werken bij een dienst in Batavia. In 1951 komt Jan, na ruim 4 jaar in Indië te zijn geweest, met het vliegtuig terug naar Nederland.

Harrie dient in maart ’50 een rekest in om naar huis te mogen. In maart ’50 maakt hij, na ruim 2 jaar Indië, de terugtocht met de ‘Generaal Stewart Heinzelmann’. Eind juni ’50 meldt hij zich af in Amersfoort.

 

Met medewerking van Harrie en Marianne,

Cécile

Verschenen in Familiekrant Van Els, nr. 19, april 2009.

Verder lezen: