In de stukken die Mathieu mij toestuurde samen met zijn artikel over de fanfare zat ook een opvallende brief van vader. De brief is van 29 januari 1954. ln deze brief neemt vader ontslag als lid van het kerkkoor van de parochie in Wanssum. Het was, zoals blijkt uit de brief, uit een tijd dat in de R.K. Kerk grote veranderingen op gang kwamen, als eerste de invoering van de volkszang tijdens de diensten.

Ik kan mij herinneren, dat in dat jaar in Wanssum, net als in alle parochies, vernieuwers van de roomse liturgie actief waren; deze vernieuwers werden door Fons Janssen ‘volksmisleiders’  genoemd: ‘de kapelaan zet in en de hele kerk valt in’. Ik meen ook, dat in dat jaar in het kader van deze liturgievernieuwing onder gezag van een of andere Franciscaan de kerkkoren zich moesten omturnen tot een soort vereniging; zo werd ik secretaris ervan; ik moest bijhouden wie er op een repetitie afwezig was. Ook zou het kerkkoor i.v.m. met de volkszang minder gregoriaans moeten zingen en dat ook nog moeten doen, staande bij het altaar, voor in de kerk. Dit laatste was een heikel punt!

Of bij de ontslagaanvraag van vader dit punt een rol heeft gespeeld, weet ik niet meer. Waarschijnlijk kwam het hem op dat moment goed uit.

In dat jaar 1954 waren Paul en ik actief lid van het kerkkoor: als ik me goed herinner stopte Kós Jan toen als dirigent voor het gregoriaans, alleen voor meerstemmige zang stond hij voor het koor. Het gregoriaans werd voortaan door Hent Timmermans verzorgd.

Op de volgende pagina van deze nieuwsbrief wordt de brief afgedrukt, zoals ik hem gekregen heb. Wie een kopie van deze, zo fraai en zeer verzorgd met de hand geschreven, brief van vader wil hebben, ik kan er voor zorgen.

Leo

Dit artikel verscheen in Familiekrant Van Els, nr. 9, oktober 2002.

Verder lezen: