Een man en zijn bureau – starend, turend

De twaalfde verdieping, als in scene gezet:

een man, een scherm, in silhouet.

zijn agenda, de beschikker, verdurend.

 

Op een nat trottoir een hond;

een man loopt mee, mager van gestalte.

Een bus nadert; rennen naar de halte.

een baseballcap valt op de grond.

 

Met miezerende regen langs het raam omlaag

Volgt een schuin oog het druppelend kozijn

een streep van water, dalend, traag

 

Trefzeker op weg in een strakke lijn

naar een voortsnellende openstaande kraag.

Onbewuste verbinding, ongemerkte pijn.

 

Verder lezen: