In het monografisch boekje “Bert Coppus vijftig jaar beeldend kunstenaar” (Jan Derix 2002), schrijft Bert ter gelegenheid van mijn 65ste verjaardag: “De natuur is potenter dan de kunst”. Deze uitspraak van Titiaan geeft te denken. Bescheidenheid van de kunstenaar. Maar vooral waardering voor het echte. Dat hij mij toch portretteerde als burgemeester, doet veronderstellen dat er ook waardering was van mens tot mens.

Kunstenaarschap

Met zijn vader maakte hij de afspraak: ik zal eerst een vak leren, daarna wil ik mijn kunstenaarsroeping volgen. Zo haalde hij eerst zijn diploma beroepsschilder (1952) in Boxtel. Daar leerde hij ook het reclametekenen, de stijlleer en kunstgeschiedenis. Voor toelating op de Jan van Eyck-academie in Maastricht liet hij de commissie (prof. Timmers) het door hem geschilderde portret van zijn grootmoeder zien. Als twintigjarige werd hij (met een beurs) meteen toegelaten. Hij nam de kamer van Hans Truyen over. Een van zijn leraren was Charles Eyck. Bij zijn eindexamen in 1957 trad een jury aan met namen als Matthieu Wiegman en Jan Engelman. Hij studeerde af met onderscheiding. Kort daarna maakte hij de altaarschildering in Wanssum: een Golgotha-tafereel, stichtende achtergrond voor de huwelijksvoltrekking van Tilly en mij in 1967.

Peellandschappen in een Museum

Zoals ook Jan Althuizen, was Bert gefascineerd door de Peel. Zijn Peellandschappen laten ook een vergankelijk decor zien. Seizoenen wisselen elkaar af. De doeken zijn vaak monumentaal. De karakteristieke kleuren van de aarde tonen de sterkte en de kwetsbaarheid van de natuur. Zoals Martien Coppens de Peelmens fotografeerde, zo deed Bert dat met de vergankelijke natuur. Vastleggen en documenteren wat er (nog) is. Zo ontstond een oeuvre. Hij heeft het ondergebracht in een eigen museum aan de Meterikseweg. Bij zijn zeventigste verjaardag werd hem een tentoonstelling aangeboden, werd zijn monografie gepubliceerd en werd hij benoemd tot Ridder ON.

Portret

In onze familie is de fraaie portretstudie van opa Andreas Fasol welbekend. Ook het goedlijkend portret van mijn vader. Van zoon Peter had Will Dittrich al een romantisch kinderportret gemaakt (“denkend aan Frodo”). Bij het naderen van mijn 65ste verjaardag leek de portret-lobby in ons gezin te denken: nu of nooit. We togen naar Bert Coppus. Rondgaande door zijn museum, gaf hij te kennen voor de opdracht te voelen. Met digitale foto’s en de omschrijvende opdracht (herfst, wat natuur, bovenronding, wapentjes van Valkenswaard en Horst), ging hij aan het werk. Bert vond dat hij een goede invulling had gegeven aan een magistraat zonder ambtsketen. Ernstig maar gewoon. Nou daar hadden we vrede mee. Op mijn verjaardag in aanwezigheid van Bert (die het portret aan de aanwezigen inleidde) werd het door Karlijn onthuld.

 

Dit artikel is onderdeel van de in 2007 gepubliceerde bundel Late Haver.

Verder lezen: