Het ontstaan van de gemeente Horst aan de Maas

Schrijven over de fusies in 2001 en 2010 doet me terugdenken aan de late jaren negentig, toen we door Joke Kersten voor een ronde tafel gesprek bijeen werden gebracht in het historische Brakkenstein, aan de rand van Nijmegen. “Wij” dat waren de burgemeesters Will Geraedts (Sevenum), Joep Hahn (Meerlo-Wanssum), Joke Kersten (Grubbenvorst en Broekhuizen), Harrie Reintjes (wethouder van Broekhuizen) en ondergetekende (Horst).

De reden voor dit initiatief was voor Joke het gevoel van urgentie, toen door de krapper wordende middelen de bestuurlijke marges van Broekhuizen problematisch werden. We bespraken mogelijkheden om vanuit de status quo zelfstandig door te gaan. Vervolgens beschouwden we de meerwaarde van opschaling. In goed overleg en na instemming van onze raadscommissies, werden we het eens over toegesneden onderzoek. GS-lid Jean Bronckers steunde de gekozen richting.

Er kwam contact met onderzoeksbureau Berenschot, voor externe onderbouwing van de samenwerking. Er zou dan een gemeente ontstaan, die overeenkwam met de huidige situatie. Op een koude winterdag echter, tijdens een overleg in het Brouwershuis in Broekhuizen, ontstond een onoverbrugbaar probleem. Sevenum, bij monde van Will Geraedts, achtte de bestuurskracht van zijn gemeente zo groot, dat ze in het sociaal-economisch netwerk rondom Venlo een krachtige inbreng kon blijven hebben. Joep Hahn noemde nader onderzoek naar sociaal-geografische betrokkenheid van de inwoners van zijn gemeente richting Venray, dan wel Horst, uiteindelijk beslissend.

Als ik nu kijk naar Horst aan de Maas zie ik dat, weliswaar in twee etappes, tot stand gekomen is waarvoor de vijf bestuurders in Brakkenstein opteerden. Ook de drie pijlers van het rapport Berenschot  vormen nog steeds actueel bestuursbeleid. Vormen zelfs een stip aan de horizon voor regionale strategie. Ik zie nu een gemeente die zich goed manifesteert, zoals ook bedacht in de regiodialoog van de jaren 1999/2000. Ik zie ook dat de ruimere middelen, waarvan we ons als grotere gemeente kunnen bedienen, veel heeft betekend voor de leefbaarheid en herkenbaarheid van de dorpen en de hoofdkern.

Mijn goede vader maande me vaak: “Als je wilt behouden wat je hebt, moet je bereid zijn te veranderen”. Dat gold met name ook voor mij. Het was jammer dat minister Dijkstal mij niet wilde herbenoemen vanwege mijn leeftijd (62 jaar). Maar met genoegen mocht ik in opdracht van de CdK Frans Wolters uitnodigen het stokje van mij over te nemen. Niemand beter dan hij kon de goede verhoudingen met Venlo in acht nemen en het belang van Horst volledig dienen. En dat het een prima beslissing was aanschouw ik elke dag met grote vreugde, als ik met mijn handen op de rug door het dorp loop. Temeer een goed gevoel, nu ik op 18 november herdacht heb dat ik 50 jaar geleden lid werd van KVP/later CDA.

Romé Fasol. December 2015.

*Artikel gepubliceerd in CDA-nieuwsbrief van Horst aan de Maas.

 

Verder lezen: