Toespraak gehouden door staatssecretaris Jan Kees de Jager op 28 oktober 2008 te Breukelen.

Als je staatssecretaris bent, hoef je niet meer zelf te rijden. Je chauffeur brengt je in je dienstauto keurig op tijd naar al je afspraken. Intussen kun je je toespraak nog eens doorlezen – heel handig. Maar zelf autorijden is natuurlijk toch leuker. Ik ben wel een beetje een autofreak. Ik lees graag de autobladen en probeer op de hoogte te blijven van de nieuwste modellen en hun prestaties.

Een auto zoek je uit op zijn prestaties. De laatste jaren zien we dat é én aspect van die prestaties, namelijk de milieuprestaties, steeds belangrijker worden en ook steeds meer meewegen bij de argumenten om een bepaalde auto aan te schaffen. Dat heb ik ook bij mezelf geconstateerd. Al voordat is staatssecretaris werd reed ik als ondernemer in een Prius.

En de dienstauto waarmee ik hiernaartoe ben gekomen rijdt op aardgas.

In de automobiliteit zien we inderdaad de laatste jaren een ‘Wisseling van de macht’, zo lijkt het. De macht verschuift een beetje. Er komt een balans tussen de gemakken voor de automobilist enerzijds en de maatschappelijke kosten die automobiliteit met zich meebrengt. Dat vind ik een gezonde ontwikkeling.

Het kabinet speelt daar ook op in. In het coalitieakkoord is afgesproken om de BPM af te bouwen en een verschuiving van de lasten van bezit naar gebruik in te zetten. De aanschaf wordt goedkoper, het gebruik duurder. Dat doen we op een zo manier die zo consumentvriendelijk is als mogelijk. We gaan de lasten niet verzwaren, alleen differentiëren. Ook in het huidige Belastingplan zit geen lastenverzwaring voor auto’s, alleen differentiatie. Er is veel draagvlak voor die differentiatie.

Natuurlijk zijn autobelastingen niet populair. ‘De auto als melkkoe.’ Wanneer die woorden klinken is dat doorgaans geen compliment.

Maar goed, welke belasting is wel populair? Er is in de beleving blijkbaar nog iets anders aan de hand met de belastingen op mobiliteit. Er zijn nogal wat misverstanden, zeg ik maar even diplomatiek. Velen vinden dat de belastingen erg hoog zijn. Daarnaast leeft het idee dat de opbrengsten van autobelastingen geheel dienen te worden besteed aan het oplossen van mobiliteitsvraagstukken.

Maar ik gebruik expres het woord beleving. Want de werkelijkheid is toch een stuk genuanceerder.

Ik begin met het laatste: de opbrengst komt niet ten goede aan de mobiliteit. Welnu, dat is juist, maar dat is ook normaal.

De kansspelbelasting komt immers ook niet ten goede aan de gokverslaafden, de alcoholaccijnzen gaan niet naar de Jellinek-kliniek, de sigarettenaccijnzen gaan niet naar de bestrijding van longkanker, milieubelastingen gaan niet naar het milieu. Dat is een algemeen uitgangspunt van de belastingheffing.

Mijn taak is simpel: ik moet belasting ophalen zodat de Nederlandse staat geld heeft om de overheidsfinanciën gezond te houden. Dat is é én.

Twee was dat de belastingdruk te hoog is. Die kritiek neemt altijd toe in hevigheid naarmate de brandstofprijzen stijgen. Dus ik hoor hem vaak. Op dit moment trouwens even niet, maar zodra de olieprijs opnieuw omhoog gaat is het weer raak.

Ik krijg dan steevast het verwijt dat dat komt door hogere accijnzen, of op zijn minst dat de overheid meer belastinginkomsten heeft bij hogere brandstofprijzen. Beide verwijten zijn onterecht.

Het kabinet heeft de accijnzen niet verhoogd. Alleen 3 cent per liter op diesel, sinds 1 juli. En daar blijft het bij in deze kabinetsperiode. De prijsstijgingen komen dus ergens anders door, bijvoorbeeld door het tijdelijk ontbreken van voldoende raffinaderijcapaciteit.

Dan het laatste, dat de overheid meer verdient bij hogere prijzen. Onzin. De brandstofaccijns is een vast bedrag per liter. Dus als de prijs stijgt, blijft het accijnsbedrag per liter gewoon hetzelfde. Er zijn ook geen hogere btw-opbrengsten bij hogere brandstofprijzen. In de eerste plaats tanken mensen minder bij hogere prijzen. Ten tweede: zouden ze evenveel tanken, dan gaat dat ten koste van andere bestedingen, en dus btw-opbrengst, elders. Kortom, geen hogere belastingopbrengsten. Sterker nog, een hogere olieprijs zal uiteindelijk leiden tot een lagere economische groei waardoor de belastinginkomsten zouden dalen.

Doordat de accijns een vast bedrag is, is de relatieve belastingdruk op brandstoffen de laatste jaren voortdurend gedaald. Op benzine van zo’n 71% in 2004 naar 62% in 2008. Op diesel van 60% in 2004 naar 48% in 2008.

Op dit moment ligt het Belastingplan – ik noemde het net al even – in de Tweede Kamer. Het is denk ik goed om een aantal kernpunten uit de miljoenennota en het Belastingplan kort de revue te laten passeren, omdat ik denk dat er voor u, niet alleen al geïnteresseerden in automobiliteit, maar ook gewoon als ondernemer, genoeg interessants in zit.

[toelichting Belastingplan]

  • We zien in 2009 een forse lastenverlichting voor burgers en ondernemers. In plaats van 1,1 miljard lastenverzwaring vanuit het coalitieakkoord zet deze miljoenennota 1,2 miljard lastenverlichting. Structureel is er een lastenverlichting van 500 miljoen ten opzichte van het coalitieakkoord en het basispad van het CPB.
  • Dat uit zich door lagere zorgpremies en verlaging van WW-premies voor burgers en bedrijven. Ten opzichte van het coalitieakkoord zien we een extra lastenverlichting over deze kabinetsperiode.
  • Kortom, voor wat de miljoenennota betreft, houden we als kabinet vast aan onze koers. We versterken de economie door de arbeidsparticipatie en innovatie te bevorderen en een loon-prijsspiraal te voorkomen. De koopkracht wordt zo goed mogelijk beschermd. Door het overschot dat de begroting in 2009 laat zien, lossen we de staatsschuld versneld af. Nederland kan een stootje hebben, ook in economisch zwaardere tijden.
  • Een van de stukken die op Prinsjesdag zijn gepresenteerd is het belastingplan. Daar ben ik zelf inhoudelijk bij betrokken omdat fiscaliteit uiteraard mijn eigen portefeuille is.

[FILMPJE]

Dat was het Belastingplan in é én minuut. U ziet, het hoeft niet moeilijk te zijn.

[Drie speerpunten]

  • De maatregelen in dit belastingplan kun je groeperen rond een paar thema’s: Vereenvoudiging; Bevordering van ondernemerschap; Vergroening.
  • Dat zijn geen toevallige thema’s. Het zijn naar mijn overtuiging de drie manieren waarop we de uitdagingen waar we voor staan, kunnen aangaan – voorzover het de fiscaliteit betreft.
  • Vorig jaar was het meest in het oog springende thema de vergroening van ons fiscale stelsel. Dat zit er dit jaar ook nog in.
  • In het Belastingplan van dit jaar zijn ook Vereenvoudiging, en met name om de bevordering van ondernemerschap belangrijke onderwerpen. Een van de manieren om ondernemerschap te bevorderen is vereenvoudiging. Met eenvoudigere regels wordt ondernemen ook makkelijker.

[Vergroening]

  • In stappen wordt de grondslag van de aanschafbelasting omgebouwd van catalogusprijs naar CO2 uitstoot;
  • het tarief van de motorrijtuigenbelasting voor zeer zuinige auto’s wordt gehalveerd;
  • er wordt een tweede verlaagd tarief bijtelling leaseauto geïntroduceerd van 20%.
  • Deze maatregelen betekenen gé én lastenverzwaring; alleen een lastenverschuiving.

[Vereenvoudiging]

  • Dat brengt me op het punt van vereenvoudiging.
  • Waarom is vereenvoudiging nodig?
  • Regelgeving is enorm ingewikkeld geworden. Er zijn ook heel veel regels. Het is nodig om regels te hebben, maar vaak werken ze knellend, belemmerend en leidt het bestaan van de regel niet tot aantoonbare positieve effecten.
  • Daarvan hebben zowel burgers, ondernemers als uitvoeringsinstanties last.
  • Voor gewone burgers is door de vele regels moeilijk meer te overzien waaraan ze zich moeten houden.
  • En uitvoeringsinstanties, zoals de Belastingdienst, lopen tegen de grenzen van hun mogelijkheden aan door de complexiteit van de regelgeving die zij moeten uitvoeren.
  • Daar ligt een niet geringe opdracht. In dit fiscaal pakket besteden we daar ruimschoots aandacht aan. Enkele maatregelen die we nemen:
  • Ondernemers en dga’s hoeven geen Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) meer aan te vragen als zich gedurende drie jaar geen wijziging heeft voorgedaan.
  • De grens voor de kwartaalaangifte omzetbelasting gaat omhoog. 50.000 ondernemers en dga’s gaan daardoor minder vaak aangifte omzetbelasting doen.
  • Ook voor werknemers maken we het makkelijker: werknemers hoeven vanaf 1 januari 2009 geen WW-premie meer te betalen, mits de sociale partners de looneisen verantwoord houden. Werknemers kunnen de gevolgen daarvan op hun loonstrook aflezen bij het bedrag dat hij of zij nu aan WW-premie betaalt. Een tweeverdienersgezin van elk 1x modaal gaat er 750 € op vooruit, 2x modaal nog veel meer.
  • Ook uitkeringsgerechtigden en 65-plussers hebben een voordeel van deze maatregel, omdat de uitkeringen en de AOW gekoppeld zijn aan het netto minimumloon.
  • Maar het betekent ook een vereenvoudiging van de loonadministratie en de loonaangifte voor werkgevers.

[Ondernemerschap]

  • Het derde speerpunt van dit Belastingplan: de bevordering van ondernemerschap.
  • Werkgelegenheid en innovatiekracht zijn van groot belang voor de Nederlandse economie. Ondernemingen zorgen voor die banen en innovatie. Innovatie leidt tot vooruitgang. Het stimuleert creativiteit en vernieuwing. Daarmee is innovatie de enige manier om de problemen van vandaag en de toekomst op te lossen. Dat is het belang van het stimuleren van ondernemerschap. Fiscale regelgeving is daarbij een belangrijk instrument.
  • De nadruk komt meer te liggen op ondernemers die winst maken. Meer richten op faciliteiten die bijdragen aan het starten en doorgroeien van ondernemingen: verhoging van de MKB winstvrijstelling en startersaftrek.
  • Voor het jaar daarop ben ik van plan om het urencriterium voor de MKB-winstvrijstelling af te schaffen. Ondernemingen worden namelijk vaak gestart in deeltijd of naast een dienstbetrekking. Met deze voorgenomen maatregel krijgen ook deeltijd- en hybride ondernemers toegang tot een deel van de ondernemersfaciliteiten. Verder denk ik ook na over het verder verhogen van de MKB-winstvrijstelling na 2009.
  • Het MKB tarief in de vennootschapsbelasting in 2008 gaat omlaag naar 20% voor winsten tot een bedrag van € 250.000.
  • Deze maatregel betekent een lastenverlichting voor alle belastingplichtigen in de vennootschapsbelasting; en een groot deel van het voordeel slaat juist ook neer bij MKB-bedrijven.

Per 1 januari 2009 wordt de definitie van speur- en ontwikkelingswerk binnen de WBSO verruimd, waarmee innoverende bedrijven zijn gebaat. Ook ICT-innovatie gaat nu onder de WBSO vallen.

[Slot]

De geleidelijke verschuiving van BPM naar Motorrijtuigebelasting, van bezit naar gebruik, is gestart. De afbouw van de BPM is in het Belastingplan vastgelegd voor de jaren 2009 tot 2013. vanaf 2013 zal de afbouw in zes jaarlijkse stappen van steeds 12,5% plaatsvinden, totdat de BPM in 2018 geheel zal zijn afgeschaft.

Ook de grondslag van de BPM verschuift, van catalogusprijs naar CO2-uitstoot. Vanaf 2013 wordt alleen nog maar geheven op basis van CO2-uitstoot.

De wisseling van de macht zet dus door. Meer gewicht voor de milieuprestaties, zodat er een balans ontstaat tussen de lusten van de automobilist en de lasten voor het milieu.

En: wat is er nu leuker dan belastingen vermijden, gewoon door een nieuwe zuinige en schone auto te kopen?

Al het goeie komt dus van melkkoeien. Zelfs als we er auto’s mee bedoelen. U weet hoe het is met echte melkkoeien: als je ze niet melkt, gaan ze dood. Maar melk ze wel diervriendelijk. Met auto’s is het ook zoiets: als je ze milieuvriendelijk melkt, dan kost het de automobilist weinig en heeft de echte melkkoe frisse lucht.

Verder lezen: