Als je oude herinneringen over Ad de Laat terugbrengt in je gedachten, dan zie ik allereerst Frans en Stiena, zijn ouders. Ik bezocht ze met Tilly diverse keren.

Op het tuinpad in d’n hof, tussen de errepel en de boontjes. Frans stond daar met zijn welgedane lichaamsvorm te praten over zijn kinderen. De zorgzame Ans, de avontuurlijke Willem en, als altijd, trots op Ad. Stiena bevestigde het met hoofdknikken. Na deze evangelielezingen konden Tilly en ik weer naar huis met ‘ne kook boontjes onder d’n errem. Deze ontmoetingen versterkten mijn beeld van een echte Brabantse familie.

Ook in Ad’s optredens lag dat Brabantse om hem heen. De gave om tradities vast te houden, samen met anderen. Met zijn broer Willem, met Cornelis Verhoeven, Nol van Roesel, Cor Swanenberg, Ans van den Bosch en dansgroep Brabants Bont. Ad was niet alleen Brabander. Hij hield ook vast, samen met anderen, aan wat we beleefden aan de Brabantse cultuur. Wat een heerlijke middag was het bijvoorbeeld in Den Dungen bij de presentatie van de LP, ik meen, “Vandaag d’n dag”. En wat beroerde mij toen en nu nog steeds het prachtige lied over de Koekoek.

Commissaris der Koningin, Jan van der Harten, bracht in de jaren ’80 een werkbezoek aan Nistelrode en Vorstenbosch. Bij zijn afscheid waren degenen die hadden meegewerkt aan deze hartverwarmende dag bijeen in het Dorpshuis. Ad zong er enkele liederen en sloot af met het door iedereen meegezongen “Tusse Donzel en Mèijnzel”. Van der Harten en zijn vrouw waren geroerd, want zij kenden Ad. Van der Harten zei in zijn dankwoord: “Ad de Laat is een icoon van Brabant”. Dat ben ik met hem eens.

 

Zelfs in mijn geboortedorp Valkenswaard zongen ze op de vooravond van mijn vertrek naar Nistelrode:

Tusse Tondrup en Dommel, tusse Lommel en Lind,

Li un klèn stukske Brabant, wa me nou nie mir zint –

Ik heb er dik lope hope, mer ik wor er nie oud,

Want Nisserooi des vort alles, as ge dè mer onthoudt!

Ad’s faam ging inderdaad breed door Brabant. Hij was een Guus Meeuwis avant la lettre!

Bij ons vertrek uit Nistelrode werden Tilly en ik uitgenodigd op een maaltijd met alle raadsleden. Verrast waren we dat Ad aan tafel zijn liederen zong. Het werd een vrolijk Brabants gebeuren. Zelfs Marcel van den Akker leerde er Chinese vruchten eten. Maar door de vrolijke sfeer vergat hij dat lychees in een harde schil zitten. “Het lijken wel pinegels”, zei Marcel verrast. Dat gebeurt allemaal zomaar tussen Donzel en Mèijnzel!

Verder lezen: