Het eeuwfeest is, voor de gelukkigen die er bij waren, inmiddels een zoete herinnering. Herinneringen moet je koesteren. Maar we willen ook wel eens weten hoe deze herinneringen gemaakt werden. Hieronder leest u een terugblik op hoe het er achter de schermen van de Reünie en Generations aan toeging. Over kopzorgen en voldoening.

De Reünie

Olaf Meuwese en Hans Karelse waren vanuit respectievelijk de Senaat en Iungit Iunctos betrokken bij de organisatie van de Reünie op 19 november.

Olaf Meuwese: ‘In januari 2011 begonnen de Senaat, de Centenniumcommissie en Iungit Iunctos met de opzet van de Reünie, het dagprogramma van 19 november. Het liep aanvankelijk stroef.

De Centenniumcommissie heeft op een gegeven moment de organisatie overgedragen aan Iungit Iunctos vanwege de kosten (en bijbehorende financiële risico’s) van de Stadsschouwburg. Iungit Iunctos wilde een gedeelte daarvan huren om een wat nettere omgeving te bieden voor oud-leden.

Hans Karelse: ‘Er kwam veel op ons neer nadat wij de organisatie hadden overgenomen. Olaf heeft veel werk verzet, veel dingen geregeld.’

Olaf: ‘Ik had met de ICI de UIT gedaan voor Unitas S.R.. Dat leek er qua organisatie hier en daar wel wat op. Maar nu deden we met zijn tweeën alles, voor een doelgroep die ik toch minder direct kende. Het was tijdtechnisch ook moeilijk om de burgemeester over de vloer te kunnen krijgen.’

Hans: ‘Ik heb me ingespannen om via e-mail oud-leden te benaderen. Bij het lustrum van 1981 was ik vanuit het bestuur van Iungit Iunctos ook voorzitter van de reüniecommissie. Ik heb de mensen van toen benaderd. Achteraf denk ik dat we er misschien beter aan hadden gedaan om net als toen een reüniecommissie in te stellen, met mensen uit alle generaties van Unitas S.R.’

Olaf: ‘De periode voor de Reünie was heel bijzonder en af en toe behoorlijk spannend en stressvol. We hadden gelukkig veel aankleding van de eeuwfeestreceptie die we konden hergebruiken. Ik heb nog gekeken of we de limousine van de Senaat zouden inzetten, maar dat hebben we niet gedaan. Ik had de route van de intocht verkend en dat werd lastig.’
Hans: ‘Ik genoot er allemaal erg van, ik was heel blij dat het ook een succes was.’

Olaf: ‘De dag zelf was spannend. De planning was heel strak. Het programma begon om 14.00 uur. Binnen een kwartier moesten we aan het lopen zijn, want we moesten om 14.45 uur voor Symposion staan. Wat volgde was de groepsfoto, waarvoor we ons in zeer korte tijd moesten opstellen (zie pagina 12 en 13, red.). Daarna kwamen de speech van Hans en de aanbieding van een glas-in-loodraam, het cadeau van de reünisten aan de vereniging. Een tegenvaller was dat het Lucasbolwerk voor de kroeg open lag. De gemeente zou het de vrijdag vóór de Reünie klaar hebben. Niet dus.Daarna moesten we onmiddellijk naar de Stadsschouwburg, want de burgemeester had maar tot 15.20 uur de tijd. Alle toespraken moesten dus heel snel volgen. In anderhalf uur was alles er doorheen gejast! We wilden ook een niet te lang officieel programma, want mensen willen toch met elkaar praten. Alles lukte uiteindelijk precies. Zelfs de onthulling van het glas-in-loodraam, op subtiel aangeven van Hans en met assistentie vanuit de Senaatskamer.’

Hans: ‘Het leukste was misschien nog wel dat het mooi weer was. Achteraf heb ik ook nog de nodige reacties gehad van oud-leden die goed te spreken waren. Het viel me wat tegen dat het aantal jongere reünisten wat achterbleef. Die waren weer wel op het feest ‘s avonds. Minpuntje daar vond ik het lawaai. De beloofde rustige ruimte waar je kon praten ontbrak.’ Olaf: ‘De Domtoren heeft studentenliederen gespeeld tijdens de intocht.

O alte Burschenherrlichkeit…

In de speeldoos van het carillon hebben we zelf de pinnen ingesteld voor de melodie. Daar hebben we drie uur over gedaan. Tot de kerst bleef het carillon studentenliederen spelen, erg leuk. Er viel een enorme last van mijn schouders toen de Reünie erop zat, maar ik ben heel blij dat ik het heb mogen organiseren.’

Generations

Bram Corbijn was Fiscus van de Centennium Commissie. Hij blikt terug op de organisatie van Generations, ook op die memorabele 19e november.

Bram: “De ideeën voor een spektakelstuk in het weekend van de echte honderdste verjaardag borrelden al in een vroeg stadium op. Wat wilden we voor een feest? Vijf jaar geleden hadden we een lustrumgala op de kroeg. We vonden dat we dat konden verbeteren. We mikten op tweeduizend bezoekers, inclusief de huidige leden. Men vond het nogal ambitieus, maar wij dachten dat het kon. We besloten dus een feest te organiseren met oud-leden én huidige leden, samen op één plek. We moesten daar iedereen van overtuigen. Er is nog een vergadering van Iungit Iunctos over geweest. Het was mooi dat de knoop werd gehakt, toen konden we door. We deden alles in overleg met Iungit Iunctos en de jonge oud-leden van JOL. Want iedereen verwachtte er het zijne van. Iedereen wilde wat anders.

Eind 2010 kozen we als locatie voor de Home Boxx in Nieuwegein. Daar hadden we alle vrijheid en het was in de buurt van Utrecht. Het is eigenlijk een lege doos. We konden thema’s per zaal inrichten. We kozen voor een grote feestzaal en een rustiger zaal, om ook te kunnen zitten. Het maken van een rustige plek is achteraf niet zo goed gelukt, dat is jammer. ‘Het eten was ook een punt van discussie in de voorbereiding. Doen we dat of niet? Sommige mensen hadden misschien liever zelf willen gaan eten.

Maar zonder eten loop je het risico dat de jongeren pas aankomen als de ouderen al weggaan. We kozen dus voor een diner en dat werkte goed. Uiteindelijk zijn er 1.850 mensen geweest op Generations (zie ook pagina 6 tot en met 9, red.). In het begin liep het nog niet zo goed met aanmeldingen bij de reünisten. Er waren wat reserves en mensen moesten van elkaar horen dat ze wilden gaan. Toen de artiesten bekend werden, begon het meer te leven. Niet ver voor Generations hebben we het hele reünistenbestand nagebeld met teams van vrijwilligers.

Die gingen avonden lang bellen en dat heeft redelijk wat oud-leden over de streep getrokken. We hebben uiteindelijk veel positieve reacties gehad. Ik ben vooral blij dat we veel oude U.S.R.-bandjes konden terugvinden. Net als enkele DJ’s van toen hebben die zich laten horen in de bruine zaal. Ze hadden soms jaren niet opgetreden of samengespeeld. Het pakte ongelooflijk leuk uit.”

Lees het artikel in de download op pagina 9-10.

Download: VivosVoco_2012-09

Gepubliceerd in Vivos Voco, september 2012, het reünistenblad van Unitas SR.

Verder lezen: