Het knaagt al jaren in mijn achterhoofd: ooit moet je een boek schrijven over je familiegeschiedenis. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ik zal maar bekennen, dat ik niet wist hoe ik eraan moest beginnen.

Ik wil namelijk een boek dat ik ook zelf gaaf vind. Dat komt neer op twee eisen. Die zal ik eerst even opschrijven:

  1. Ik wil een leesbaar boek. En een boek dat iemand die geen familielid is toch leuk zou vinden om te lezen. Er zijn heel veel Geschiedenissen van het Geslacht Zus en Zo, en die bestaan uit geboortedata, huwelijksdata en sterfdata. Met af en toe een anekdote, als het meezit, en kopieën van geboorteaktes en wat oude foto’s. Ik doe niet denigrerend over deze genealogieën want er zit vaak een leven lang werk in. Maar ze zijn meestal alleen interessant voor wie die familienaam ook draagt. De kale datums en plaatsen in een familiestamboom zijn voor een buitenstaander natuurlijk ontzettend saai. Gegevens in een database stoppen is allemaal mooi, maar dan heb je nog geen verhaal.
  2. Ik heb vreselijk het land aan ‘historische romans’ met dialogen erin. Waarin de koning van Frankrijk dingen zegt tegen zijn ministers, of nog erger, tegen zijn vrouw, in de slaapkamer. Want als lezer weet ik dan één ding zeker: zó is het niet gegaan. In die tijd was er immers geen opnameapparatuur, dus we weten met geen mogelijkheid wat daar letterlijk gezegd werd. Dat gaan we dus niet doen. Wat ik schrijf moet kloppen. Ik ga er geen dingen bijverzinnen om het mooier te maken.

Laten we beginnen met de eerste eis, en welke methode we daarvoor kunnen toepassen.

Storytelling

Iedereen houdt van verhalen. We hebben verhalen nodig om iets interessant te vinden. De taak van iedere genealoog is dan ook om ook een goede verhalenverteller te worden.

Genealogen zien zichzelf vaak vooral als onderzoeker. Maar dat is maar de helft. De andere helft, is verhalenverteller.

Als het gaat om verhalen vertellen, is er tegenwoordig een buzz-word: Storytelling. Storytelling is in de mode. Niet voor niets. Het maakt opgang in bedrijven en organisaties. Waarom?

Dat komt, omdat het vertellen van een verhaal dé manier is om een boodschap over te brengen. Mensen zijn dol op verhalen, omdat ze een emotionele lading geven aan een boodschap. Als je publiek emotioneel geraakt wordt door je boodschap, zullen ze hem beter onthouden.

Zo’n verhaal is persoonlijk, niet abstract. En er moet drama in zitten, er moet iets gebeuren.

1 – Een effectief verhaal vertel je door je te concentreren op het waarom, niet alleen op het wat en hoe.

Als je lezers begrijpen waarom een hoofdpersoon zich gedraagt zoals hij doet, voelen ze zich emotioneel verbonden.

Als je het verhaal van een familie gaat vertellen, zou je deze benadering ook kunnen kiezen. Ook je familie is een soort ‘organisatie’, en je wil bereiken dat je publiek zich voor je familie interesseert. Dan is het slim om eens te kijken hoe organisaties storytelling toepassen.

Een bedrijf dat aan storytelling doet, moet de vraag beantwoorden: waartoe is dit bedrijf op aarde? Zo bezien moet jij de vraag beantwoorden: waartoe is deze familie op aarde? Daar is niet altijd een heel makkelijk antwoord op te geven, maar soms kan het wel. Het loont de moeite om er even je best voor te doen, omdat het je helpt focus te geven aan je verhalen.

Van der Bellen

Het familiewapen van de familie Van der Bellen.

Het familiewapen van de familie Van der Bellen.

Zo las ik bijvoorbeeld onlangs over de familiegeschiedenis van Alexander van der Bellen, de nieuwe president van Oostenrijk. Zijn familie emigreerde rond 1763 van de Nederlandse Republiek naar Rusland.

Bij het uitbreken van de Russische Revolutie vluchtte de familie naar Estland. Toen in 1940-1941 de Sovjetunie Estland inlijfde, vluchtte de familie via Duitsland naar Wenen. En toen na de Tweede Wereldoorlog de Russen de stad zouden innemen, vertrok de familie spoorslags naar Tirol.

‘Vluchten voor het communisme’ zou zomaar een overkoepelend thema kunnen zijn om dit verhaal te vertellen. Of ‘je kansen benutten in het buitenland’, daarmee zou je ook het vertrek van de familie uit Nederland mee kunnen nemen in dit ‘frame’.

En een leuke vraag: hoe past de persoon van de Oostenrijkse president zelf in dit verhaal? Met zijn pro-Europese kijk op de politiek van zijn land? Zo vallen de puzzelstukjes van je verhaal op hun plaats.

Verhalen vertellen

Als je verhalen wilt vertellen, is bloggen een leuke optie. Je kunt verhalen uit je gegevens afleiden en proberen die op een interessante manier te vertellen.

Maar het blijft, bij mij in elk geval, knagen. Misschien ben ik ouderwets, maar ik wil toch het héle verhaal van mijn familie in een boek zien te krijgen.

Wat is dat eigenlijk, een verhaal? De definitie van een verhaal is: er is een hoofdpersoon, en dan een gebeurtenis, waardoor de hoofdpersoon een verandering doormaakt. En verhalen gaan over mensen.

De eerste opdracht is dus: maak mensen van de personen uit je familiegeschiedenis. Het probleem is wel vaak, dat over het leven van gewone mensen vaak niet veel is vastgelegd. Waar vind je dan de verhalen? Want het moest allemaal wel kloppen, hadden we afgesproken. Vaak lukt het heel goed om een verdedigbaar verhaal te reconstrueren als je de gebeurtenissen in de tijd en omgeving waarin de persoon leefde meeneemt. Zet je hoofdpersoon een denkbeeldige camera op zijn hoofd: wat zie je? Ik heb eerder een poging gedaan bij de biografie van mijn oudste voorvader.

Aristoteles schreef in de Poetica: een scène is een eenheid van tijd, plaats en handeling. Dat nemen we ter harte. Maar nu is een familiegeschiedenis een bijzonder soort verhaal: er is sprake van een veelheid en hoofdpersonen, een veelheid van plaatsen, en een looptijd die eeuwen kan duren.

Een familiegeschiedenis is dus een samengesteld verhaal, met heel veel scènes. Hoe vind je daar een vorm voor? Die vraag was lange tijd een breinbreker voor me.

Maar ineens had ik een idee: het antwoord op die vraag is namelijk dagelijks op tv te zien.

Soap!

Als je er even over nadenkt, lijkt de verhalenstructuur van een familiegeschiedenis enorm op ‘Goede Tijden Slechte Tijden’.

Of, om meer in het genealogische thema te blijven: Dynasty.

Dynasty

Alle belachelijke plotwendingen en cliffhangers daargelaten, wat is een soap eigenlijk?

Bij een soap heb je een grote cast met hoofdpersonen, die interactie met elkaar hebben. Er is geen begin of einde omdat hun interacties overlappen. Als er één mini-verhaallijn eindigt, zijn andere verhaallijnen nog maar halverwege.

2 – De soap is een prima model om het verhaal van een familie te vertellen.

Schrijvers van soaps zijn bij uitstek bedreven in het schrijven van een ingewikkeld verhaal. Er lopen meestal 3 tot 5 verhaallijnen simultaan naast elkaar. Terwijl de ontknoping van het ene verhaal zich voltrekt, wordt een zaadje geplant voor een nieuwe plotwending. Dat zaadje blijft een paar weken liggen, en dan is daar ineens die nieuwe, onontkoombare verwikkeling. Verhalen in soaps hoeven ook niet per se een definitieve ontknoping te hebben.

Als je je van dit procédé bewust bent, kun je je materiaal zodanig organiseren dat je het op deze manier kunt vertellen. De kunst is om een soort storyboard te maken, waarin je al je kleine verhalen onderbrengt zonder de grote lijn uit het oog te verliezen.

Waar moet je op letten?

  • Verlies het grote geheel niet uit het oog. Bekijk per karakter wat de belangrijkste gebeurtenissen in zijn leven waren in relatie tot andere personen en de plaats waar hij leefde. Dit bepaalt de lijn van het verhaal over die persoon.
  • Maak het je hoofdpersonen moeilijk. De beste verhalen zitten in gebeurtenissen waarin je karakters het moeilijk hadden. Onderzoek de redenen waarom het moeilijk voor ze was. In het allermooiste geval werden de moeilijkheden veroorzaakt door een andere persoon.
  • Probeer situaties te beschrijven waarin meerdere personen een rol hebben. Bekijk de situatie vanuit het perspectief van elk van hen.
  • Maak een tijdlijn zodat je de gebeurtenissen in de juiste volgorde kunt vertellen. Breng het verhaal van elke persoon naast elkaar in kaart om te zien of je verbanden kunt leggen tussen hun verhalen. Concentreer je storyboard op de verhalen die de ontwikkeling van je hoofdpersonen laten zien.

Creative nonfiction

Tijd voor onze tweede eis: we wilden dat het klópt! Geen verzinsels, of geromantiseerde toestanden.

En tijd voor opnieuw een buzz-word: Creative Nonfiction.

Wat is dat nu weer?

Lee Gutkind formuleert het in zijn boek ‘You can’t make this stuff up’ als volgt: Creative nonfiction is niets meer of minder dan: ware verhalen die goed verteld worden. En hij geeft aan wat daarbij komt kijken.

Bij nonfictie (en dat is een genealogie) is het je doel om informatie over te brengen aan je lezer. Om te zorgen dat je informatie overkomt en dat je lezer zich erbij betrokken voelt, is alles wat hierboven staat over de kwaliteit van het verhaal juist bij nonfictie essentieel.

Het overbrengen van informatie gaat het best in de vorm van een verhaal.

Creatieve nonfictie is niet per se gebalanceerd of objectief; je hebt als verteller een bedoeling. Je wil iets laten zien.

Ook als je levende mensen vraagt iets te vertellen over hun leven, zul je zien dat ze gaan praten over enkele belangrijke gebeurtenissen uit hun leven; dat zijn de gebeurtenissen die hen als persoon hebben gemaakt tot wie ze zijn. Biografieën van bekende personen draaien ook vaak om enkele cruciale gebeurtenissen die gedetailleerd worden verteld.

3 – Daarom draait het bij creatieve nonfictie om het schrijven van scènes.

Scènes zijn de bouwstenen van het verhaal. Schrijven in scènes maakt ook het verschil tussen ‘laten zien’ en ‘vertellen’. Show, don’t tell.

Bruiloft

Zo kan ik bijvoorbeeld simpelweg opschrijven dat mijn oudste voorvader Jacobus Fasol op 17 februari 1647 trouwde met Maria Laumers in Bree, België. Punt.

Maar over bruiloften in de 17e eeuw kan ik wel wat vinden. Er was wijn, muzikanten, vlaaien, pannenkoeken en taart, en een apotheker maakte een speciale kruidenwijn. Soms werden huwelijksgezangen gecomponeerd. Een bruiloft was een uitbundig feest. En aan het einde van het feest werd het bruidspaar naar bed gebracht door de gasten.

In het geweldige boek van J. Buisman: ‘Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen’ vond ik nog iets: februari 1647 verliep bijzonder winters. Tussen 27 januari en 4 maart vroor het flink, op 14 februari sneeuwde het in Münster en op 19 februari in Osnabrück.

Ik durf nu wel te beweren dat het een koude, winterse bruiloft was. En dus kan ik schrijven, zonder de waarheid geweld aan te doen:

Sint Michielskerk, Bree. Foto: Sonuwe (Wikimedia Commons).

Sint Michielskerk, Bree. Foto: Sonuwe (Wikimedia Commons).

‘Jacob en Maria gaven elkaar in een koude Sint Michielskerk van Bree het jawoord. Walmende ‘kerkepannen’, gevuld met houtskool probeerden tevergeefs de vrieskou die al een paar weken aanhield buiten te houden. 

Toen na de mis de houten deur van de kerk openging, doken de burgers van Bree nog wat dieper in hun mantel, en begaven zich door een pak sneeuw naar de herberg – misschien ‘De Gouden Sterre’ aan de Gerdingerstraat, een van de drukst bezochte herbergen van Bree. Daar stonden warme pannenkoeken en kruidenwijn klaar. Met de benodigde zang en dans was de kou snel vergeten.

Er waren de nodige notabelen aanwezig, waaronder notaris Michael Das, die tot de familie van Maria behoorde, en bij wie Jacob in dienst was getreden. Jacob had veel aan de notaris te danken: zijn carrière en zijn bruid. Beter kon de start in zijn nieuwe woonplaats niet zijn. Hoewel er natuurlijk genoeg geroddeld werd over die vreemdeling in de stad met die vreemde naam, van wie niemand een familielid kende.’

De kunst is om te concretiseren. Laat het zien, in plaats van te vertellen. Show, don’t tell.

Aan jou de taak dergelijke gebeurtenissen te selecteren uit het leven van je voorouders, en zo iets over hen als personen te weten te komen. Beschrijf dergelijke scenes en je laat zien wie je voorouders waren.

Dat wat betreft de ene kant van creatieve nonfictie: het verhaal.

De andere kant is de informatie: precies even belangrijk. Je bent echte informatie aan het overdragen door middel van technieken van schrijvers van fictie.

Bill Clinton

Hoe je dat doet liet Bill Clinton zien bij de presidentsverkiezingen in 1992. Hij was geen kansrijke kandidaat, leek het, tegen George Bush senior, die net de Golfoorlog had gewonnen.

Maar het campagneteam van Clinton maakte de economie tot het centrale thema van de campagne. Het land was in recessie. Wat Clinton’s campagneteam goed zag, was dat het publiek niets belangrijker vindt dan de eigen portemonnee.

Bill Clinton's campagnebus. Bron: Wikipemedia Commons.

Wat deed Clinton? Altijd als hij ergens was, en 100en handen drukte van mensen, vertelden die mensen hem wat hun zorgen waren. Dat was waardevolle informatie. Clinton had zijn team opgedragen om alles wat ze zo hoorden nauwkeurig te noteren. Al die zorgen kwamen vervolgens linea recta terug in Clinton’s toespraken, gekoppeld aan Clintons eigen economische boodschap.

In die toespraken vertelde hij verhalen: en omdat hij zijn publiek hun eigen verhalen vertelde, dachten ze: ‘die man begrijpt ons’. Die formule werkt feilloos.

4 – Baseer je verhaal op echte informatie en kies zelf je invalshoek.

Dat was idee 4. Ik ben benieuwd naar jullie ideeën! Laat het hieronder weten als je een goed idee hebt om een verhaal te vertellen met veel personen en een lange looptijd.

Naschrift:

Dit artikel is in augustus 2016 ook verschenen in het genealogisch tijdschrift GEM.

GEM

 

Verder lezen: