Bestaan

Een man en zijn bureau – starend, turend

De twaalfde verdieping, als in scene gezet:

een man, een scherm, in silhouet.

zijn agenda, de beschikker, verdurend.

 

Op een nat trottoir een hond;

een man loopt mee, mager van gestalte.

Een bus nadert; rennen naar de halte.

een baseballcap valt op de grond.

 

Met miezerende regen langs het raam omlaag

Volgt een schuin oog het druppelend kozijn

een streep van water, dalend, traag

 

Trefzeker op weg in een strakke lijn

naar een voortsnellende openstaande kraag.

Onbewuste verbinding, ongemerkte pijn.

 

Post to Twitter Post to Facebook Post to LinkedIn

Over grenzen

Ik ben de vijfde (en laatste) generatie van mijn familie die opgroeide in de grensplaats Valkenswaard. Als je dicht bij een landsgrens woont, voel je die grens als het ware in je rug. Je blik is automatisch gericht op het binnenland. Maar de grens is er wel en het buitenland is merkbaar dichtbij.

Een van de vroegste herinneringen van mijn vader, heeft hij me eens verteld, was een zwerm overvliegende vliegtuigen, op weg om Eindhoven te bombarderen. Maar in de jaren ‘70, even oud als mijn vader toen was, voelde ik geen dreiging uit het buitenland.
Je voelde de grens bijvoorbeeld als het markt was. Daar stikte het van de Belgen, omdat het voor hen goedkoop was.

Grenzen waren vooral onhandig. Des te meer toen we, dankzij tv en toegenomen reislust, een steeds opener blik op het buitenland kregen.

Bijvoorbeeld bij onze jaarlijkse vakantie naar Oostenrijk, als we met drie valuta op zak onderweg waren en aan de Oostenrijks-Duitse grens allerlei formaliteiten hadden om de Mehrwertsteuer over onze aankopen terug te ontvangen.

Na de dreiging is nu ook dat ongemak goeddeels verdwenen.

In 2003 trouwde een vriendin van ons bij het Loch Lomond in Schotland. Balloch heette dat dorpje. Op het trottoir liep een oudere man, aan wie ik de weg vroeg. Hij hoorde mijn accent.

- ‘Where are you from?’
- ‘From Holland’.
- ‘Ah! I once had the privilege of bombing Eindhoven’.
- ‘Then my father saw you fly’, was het enige dat ik kon uitbrengen.

Gepubliceerd in BZ-blad nr. 4, augustus 2012.

Post to Twitter Post to Facebook Post to LinkedIn

DING FLOF BIPS SMECS

Nu sinds 1 januari Estland is toegestreden tot de eurozone, is de discussie weer losgekomen: hoe moeten we al die landen onthouden?

Nederland bereidde zich voor op de komst van de euro met de grootste voorlichtingscampagne die de overheid ooit voerde. Met de beroemde pay-off  ‘De euro wordt van ons allemaal’ werden we door het ministerie van Financiën (onder de vlag van het Nationaal Forum voor de introductie van de euro) klaargestoomd voor de euro-overgang. Daar mocht ik vier jaar lang mijn steentje aan bijdragen (daar zal ik een andere keer nog eens over bloggen).

Eén van de tv-spotjes ging over de vraag: welke landen doen er mee. Dat waren er twaalf. Het reclamebureau Publicis, dat de spotjes produceerde, bedacht een ezelsbruggetje: DING FLOF BIPS, een absurdistische frase die met een absurdistische persconferentie in het filmpje werd gepresenteerd. Tijdens de voorbereiding was het nog even DIN FLOF BIPS: toen was nog niet duidelijk of Griekenland zou meedoen.

Eigenlijk moest er nog SMAV achter: ook San Marino, Monaco, Andorra en Vaticaanstad maken hun eigen euro’s. Ook Montenegro gebruikt de euro, maar dat land slaat geen eigen munten. Dus dat telt niet echt, vind ik.

Dat de reclamespot werkte, is een understatement. DING FLOF BIPS ligt nu, negen jaar later, nog op onze lippen gebrand. Dat bewijst bijvoorbeeld de discussie van nu, die door het Genootschap Onze Taal is losgemaakt.

In de tussentijd traden ook Slovenië, Slowakije, Cyprus en Malta toe. De vraag naar een passend ezelsbruggetje was in die periode eigenlijk veel prangender: geen klinker!

Estland biedt uitkomst. Met de E erbij kunnen we ze weer onthouden.

DING FLOF BIPS SMECS!

En de perfectionisten onder u kunnen er nog SMAV achter zetten.

Naschrift: op 7 januari werd ‘Sms ff bondige clips’ door Onze Taal uitgeroepen tot het nieuw euro-ezelsbruggetje.

Post to Twitter Post to Facebook Post to LinkedIn

Fijne kerstdagen!

The Little Drummer Boy werd geschreven in 1941, maar is gebaseerd op een Tsjechisch kerstliedje. Sindsdien is het door talloze artiesten op de plaat gezet. Het lied gaat over een jongen die geen geld heeft voor een cadeau voor het kindje Jezus, en daarom op zijn trommel speelt.

Ray Charles nam in 1985 een kerstalbum op: The Spirit of Christmas. Naast dit nummer speelt hij een aantal kerstklassiekers en nieuwe composities. Op het album is ook jazztrompettist Freddy Hubbard te horen.

Niemand zingt Little Drummer Boy mooier dan Ray Charles. Fijne kerstdagen!

Post to Twitter Post to Facebook Post to LinkedIn

De Goudse Kaarsjesavond en Sint Lucia

Het stadhuis op de Markt en de panden eromheen sfeervol verlicht met uitsluitend kaarslicht, duizenden bezoekers op de Markt, kerstliedjes, het ontsteken van de verlichting van de kerstboom: de Goudse Kaarsjesavond is een in Nederland uniek kerstevenement.

De Goudse kaarsjesavond is ook bijzonder als illustratie van de Goudse geschiedenis. Het is een traditie die het stadhuis, de Goudse Kaarsenfabriek en de relatie met de Noorse zusterstad Kongsberg met elkaar verbindt. Met Sint Lucia als patroon.

De traditie van de Goudse kaarsjesavond begint in 1956, wanneer Gouda voor het eerst door Kongsberg een kerstboom krijgt aangeboden. Op 18 december van dat jaar werd de verlichting van de boom feestelijk ontstoken.

De traditionele kaarsjes voor de ramen van het stadhuis verschijnen later. Het stadhuis was tussen 1947 en 1952 gerestaureerd en kreeg daarbij onder meer de mooie boogjes boven de vensters terug.

De Goudse kaarsenfabriek schonk in 1958 bij de viering van zijn 100-jarig bestaan een beeld van Philips de Goede om te plaatsen in één van de lege nissen. En het idee ontstond om op 22 mei, tijdens een muzikaal evenement, 1500 kaarsen te laten branden achter de ramen van het stadhuis. Dat evenement werd in december bij de kerstboom herhaald en groeide uit tot traditie van Kaarsjesavond die we nu kennen.

Als dank kreeg de kaarsenfabriek van de gemeente een door Corinne Franzén-Heslenfeld gemaakt beeld aangeboden van Sint Lucia, dat in het park tegenover de hoofdingang te zien is.

Dit beeld is het enige tastbare dat er aan herinnert dat de Goudse kaarsjesavond past in de traditie van het Luciafeest, het lichtfeest op de naamdag van Sint Lucia, dat het begin van de kersttijd markeert. Of het Goudse idee van de kaarsjes voortkwam uit de contacten met Kongsberg weet ik niet. Maar het is opvallend dat in de jaren ’50 ook in Noorwegen de Luciaviering nieuw leven krijgt ingeblazen met gebruiken die de Noren vanuit Zweden overnemen. Ook in die Scandinavische traditie spelen kaarsen een centrale rol.

Post to Twitter Post to Facebook Post to LinkedIn